Inlichtingendienst faalde bij in kaart brengen NSA-spionage
Foto: Trevor Paglen
Het Comité I, de toezichthouder van onze geheime diensten, haalt in een kritisch rapport hard uit naar de Staatsveiligheid. Volgens Comité I was de Staatsveiligheid immers niet op de hoogte van de massale spionageprogramma’s bij de Amerikaanse NSA en Britse GCHQ en faalde ze in haar opdracht, die erin bestaat de massale captatie van (digitale) communicatie door een buitenlandse dienst op te volgen.

Volgens het rapport dat De Standaard kon inkijken, stelde Comité I vast dat de Staatsveiligheid na de onthullingen door Edward Snowden weinig zicht had op de aard en grootte van de acties van ‘bevriende grootmachten’.

Nochtans waren er in het verleden genoeg waarschuwingen over de mogelijkheden van de Amerikaanse inlichtingendiensten. Het stoort het Comité I duidelijk dat de Staatsveiligheid daar niet uit heeft geleerd.

‘De VS en Groot-Brittannië zijn bevriende landen en dat heeft een verregaande invloed op de houding van de Staatsveiligheid’, staat in het rapport. ‘Hun geheime diensten leveren veel nuttige informatie en de Staatsveiligheid wil die stromen niet in gevaar brengen.’