In Sicilië zijn twee schilderijen van de Franse kunstenaars Paul Gauguin en Pierre Bonnard ontdekt in de woning van een fabrieksarbeider. De werken, met een geschatte waarde van meer dan tien miljoen euro, werden in 1970 gestolen in Londen. Ze kwamen per toeval in handen van de Italiaan, die ze gewoon aan een muur in zijn keuken hing.

De beide schilderijen legden een ongelooflijk parcours af. Ze werden in 1970 in Londen gestolen uit het huis van de rijke familie Mark-Kennedy en doken enige tijd later op in Turijn, waar ze, achtergelaten op een trein van Parijs naar Turijn, gevonden werden door Italiaans spoorwegpersoneel.

Niemand had destijds in de gaten dat het om meesterwerken ging en dus werden ze in 1975 door de spoorwegmaatschappij gewoon verkocht op een veiling van verloren voorwerpen. Een kunstminnende werknemer van Fiat in Turijn kocht de doeken voor 45.000 lire, vandaag ongeveer 250 euro, en hing ze aan de muur in zijn keuken. Na zijn pensioen nam hij de werken mee naar Sicilië.

Recent merkte de zoon van de man op dat een werk van Gauguin in een boek wel ‘erg veel leek’ op een van de schilderijen in de keuken van zijn vader. De bejaarde man nam daarop contact op met specialisten en uiteindelijk werd ook de politie verwittigd. Al snel bleek dat het niet om doorsnee schilderijtjes ging.

Het doek van Gauguin, ‘Fruits sur une table ou nature au petit chien’, heeft een geschatte waarde tussen de tien en de dertig miljoen euro. Het werk van Bonnard, ‘La femme aux deux fauteuils’, zou 600.000 euro waard zijn. De Italiaanse autoriteiten stelden de werken woensdag in Rome voor aan de pers.

Het is nog niet duidelijk wat er nu met beide schilderijen gaat gebeuren. Het koppel van wie de werken werden gestolen, is overleden en zou geen erfgenamen hebben. Een beslissing komt nu toe aan het Italiaanse gerecht.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig