'Regels nodig voor <i>bottinekes</i>'
Het VRT-programma Panorama kon de hand leggen op de beelden van de bewakingscamera's van de lokale politie van Mortsel, waar Jacob was opgesloten. Foto: VRT
De toezichthouder van de politie, het Comité P, heeft een onderzoek gevoerd naar gespecialiseerde interventie-eenheden bij de lokale politie. Het rapport komt er naar aanleiding van het extreem gewelddadig optreden van het Antwerpse Bijzondere Bijstandsteam tegenover Jonathan Jacob, die in januari 2010 door politiegeweld stierf in een politiecel in Mortsel. De conclusie is duidelijk: er is dringend nood aan regels over de inzet van die bijzondere eenheden. Nu is het willekeur troef.

Eén van de meest urgente oproepen van het Comité P gaat over de uitwerking van de regels rond de benadering van 'onhandelbare personen' in een cel, zoals in het geval van Jonathan Jacob in 2010. Elke bijzondere eenheid van de lokale politie doet dat nu naar eigen goeddunken: de ene zet zeven personen in, de andere drie, soms gebruiken ze een taser of wapenstok. In totaal zijn er niet minder dan vijfentwintig lokale politiezones met een gespecialiseerde interventie-eenheid. Er is het Bijzonder Bijstandsteam (BBT) van Antwerpen, COPS in Gent, TARES in politiezone Vlas (Kortrijk), COBRA in Brugge, enzovoort... Ze worden onder meer ingezet om patrouilles bij te staan, bij gijzelingen, wanneer iemand zich met een wapen verschanst en voor het transport van gevaarlijke gevangenen.

'Er is een brede waaier aan verschillende soorten lokale bijzonder eenheden. Daardoor wordt het moeilijk om door de bomen het bos te zien', schrijft het Comité in zijn rapport, dat de redactie van De Standaard kon inkijken.

Boekje te buiten

Bij een aantal korpsen zijn de taken van die bijzondere eenheden in overeenstemming met de werking van een lokale politiezone. 'Maar aan de andere zijde van het spectrum is er een beperkt aantal eenheden die zich zonder twijfel een aantal gespecialiseerde taken hebben toegeëigend die eigenlijk zijn voorzien voor de Special Units van de federale politie. Wanneer dan blijkt dat er pas een beroep wordt gedaan op de federale politie als de lokale eenheid niet beschikbaar is, dan is er duidelijk sprake van rolverwarring.'

Met andere woorden: die lokale bijzondere eenheden gaan hun boekje te buiten. Wanneer ze een observatie uitvoeren, omzeilen ze in sommige gevallen zelfs de controle op de bijzondere opsporingsmethoden. Het Comité P vindt daarom dat de Minister van Binnenlandse Zaken dringend een omzendbrief moet uitwerken met daarin regels over welke taken toebehoren aan de Special Units van de federale politie, en onder welke voorwaarden lokale politiekorpsen bijzondere eenheden kunnen oprichten.

Betere coördinatie opleidingen

De gewelddadige dood van Jonathan Jacob in 2010 riep ook sterke vragen op over de geweldbeheersing bij de 'bottinekes', zoals de gespecialiseerde eenheid van Antwerpen wordt genoemd. Uit het onderzoek van het Comité P blijkt dat die lokale bijzondere eenheden allemaal andere normen gebruiken voor de selectie van hun manschappen.

'De korpsen zelf nemen het niet steeds heel nauw met de opvolging van opleidingen en trainingen van de leden van de bijzondere eenheden. (...) De selectiecriteria zijn soms volledig afwezig, waarbij het volstaat om vrijwilliger te zijn of een brevet van "specialist geweldbeheersing" te hebben. Dit is echter voorzien voor de opleiders in geweldbeheersing waardoor een ongezonde rolverwarring ontstaat. Het is niet omdat men over een brevet beschikt om mensen op te leiden dat men aan het profiel voldoet om lid te zijn van een gespecialiseerde eenheid.'

Het Comité P stelt voor om op federaal vlak te investeren in een betere coördinatie van opleidingen.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig