Van felrood  naar donkerbruin
Robert Ménard wisselde zijn uiterst-links engagement voor een extreem-rechts discours. Foto: Pascal Guyot/afp

Mia Doornaert zag Robert Ménard, de toekomstige burgemeester van Béziers, evolueren van een passionele linkse rakker tot een verbitterde aanhanger van extreem-rechts. Hoe is het zover kunnen komen, vraagt ze zich af.

Wie? Onafhankelijk expert in internationale betrekkingen. Columniste voor deze krant.

Wat? Als de armste Fransen geen vertrouwen hebben in links, dan hebben de socialisten een probleem. Maar dat is geen reden om als donkerrode politicus het roer radicaal naar rechts te gooien.

Ik heb Robert Ménard gekend, en met hem samengewerkt toen hij als stichter en voorzitter van Reporters sans Frontières met onstuitbare verve en passie de persvrijheid en vrije meningsuiting verdedigde. En nu is hij, met de steun van het Front National, verkozen tot burgemeester van Béziers, met haar 72.000 inwoners de grootste stad die in handen van uiterst-rechts gevallen is. Wat is er gebeurd?

Hij is gedreven door verontwaardiging, zegt hij. Verontwaardiging over de klassieke partijen, en dan zeker de linkse, die de kleine luiden misprijzen. Die de kiezers van het FN als crétins bejegenden in de plaats van naar hun frustaties te luisteren. Die klachten over onveiligheid en slecht geïntegreerde immigratie als xenofobie afwimpelden. ‘Een FN-kiezer is een communist die driemaal overvallen is’, luidt één van zijn typische lapidaire formules.

Brandende verontwaardiging heeft hem altijd gedreven. Over arrestatie en marteling van journalisten die alleen maar het recht eisen om vrij te denken te spreken. Over de onbestrafte moorden op de collega’s, van Mexico tot Rusland, die te dicht bij corruptie en andere onfrisse praktijken van hun bewindslieden kwamen. Over een dubbele moraal die hevig te keer ging tegen ‘het fascime’, maar zweeg over de ongenadige vervolging op Cuba van vreedzame voorvechters van gewetensvrijheid. Over dat alles waren we het eens, en hebben we op internationale fora de strijd aangebonden. En we hebben met de Unesco samengewerkt voor het instellen van de Internationale Dag van de Persvrijheid (3 mei).

Over de schreef

Als jonge man militeerde ‘Bob’ bij de trotskistische LCR (Ligue Communiste Révoutionaire). Toen hij, zoals hij zei, ‘volwassen werd’, droeg hij zijn steun over op de socialistische leider en latere president François Mitterrand. Dat hij later voor Nicolas Sarkozy stemde, was nog altijd een democratische keuze.

Maar de jongste jaren schoof hij steeds verder over de schreef die rechts van uiterst-rechts scheidt. Hij keurde de doodstraf goed ‘voor sommige gevallen’. Hij overschreed de rode lijn van de homofobie toen hij zei dat hij niet graag zou zien dat zijn kinderen homoseksueel waren. Hij is geen lid van het FN en ‘zal het nooit worden’, maar deelt wel ‘80 procent van de standpunten’ van de partij van Marine Le Pen, onder andere over immigratie. Aan een anti-islamdiscours neemt hij dan weer niet deel. ‘Waarom zouden wij de moskeeën verwijten dat ze floreren als we zelf onze kerken verlaten?’

Rode salonpartij

Met dezelfde passie waarmee hij de persvrijheid verdedigde, of op de quatorze juillet van 2008 op de Champs Elysées – toen al! – betoogde tegen de aanwezigheid van de buitenlandse eregast, president Assad van Syrië, is Ménard in de politiek gestapt. Het afgelopen anderhalf jaar is hij in Béziers van deur tot deur gegaan om naar de mensen te luisteren en ze te overtuigen dat hij beter zal doen.

Béziers is er inderdaad erg aan toe. Het stadscentrum is een woestijn geworden. Heel veel winkels staan leeg, achter hun metalen luiken. De onveiligheid houdt de mensen weg. Bijna een derde van de bevolking leeft onder de armoedegrens en de werkloosheid ligt ver boven het nationale gemiddelde.

Ménard heeft gelijk dat links zich vragen moet stellen als het wel Parijs behoudt, maar de rode banlieue verliest, waar het leven moeilijk is, als de PS een ‘salonpartij’ aan het worden is, als de mensen die het moeilijk hebben geen heil meer zien in de socialistische partij.

Maar verontwaardiging is nog altijd geen reden om van het jeugdig uiterst-links engagement naar uiterst-rechts door te slaan. Verdediging van de armsten in de samenleving mag niet strijdig zijn met de democratische waarden. Ménards gewezen medestrijders voor persvrijheid en mensenrechten kunnen zijn keuze alleen maar betreuren.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig