Vlaamse universiteiten pleiten voor nieuwe visie op openbaar vervoer
Foto: Photo News

Onderzoekers van vier universiteiten en een stedenbouwkundig bureau hebben een nieuwe toekomstvisie geschetst voor trein, tram en bus in ons land. Een visie die politici en het establishment moet prikkelen, zonder handenvol geld te kosten.

Volgens Marcel Smets (KU Leuven), de vorige Vlaams bouwmeester, ligt de oplossing onder meer in onze ruimtelijke ordening: ‘We moeten onze bewoning organiseren rond het openbaar vervoer. De bedoeling moet zijn om zo dicht mogelijk bij een halte te wonen.’ Smets benadrukt wel dat er rond die knooppunten ook winkels, zorg- en publieke diensten en bedrijven gevestigd moeten worden.

Zo worden de trein-, tram- en busverbindingen de ruggengraat van verstedelijking, en blijft er op andere plaatsen open ruimte gevrijwaard.

‘Trein, tram en bus moeten beter op elkaar afgestemd worden’, zegt stedenbouwkundige Johan Van Reeth van het bureau voor urbanisme BUUR. Maar omdat de budgetten beperkt zijn, moeten er keuzes gemaakt worden. ‘Tussen Leuven en Tienen rijdt een snelbus en een trein. Waarom niet alleen een snellere trein met meer haltes?’

Van Reeth stelt ook voor te bekijken of spoorhaltes die recentelijk gesloten zijn, opnieuw geopend kunnen wordenen.

‘En door de lege bussen die nu rondrijden van het net te halen, kan dat geld slimmer besteed worden’, zegt onderzoeker Matthias Blondia (KU Leuven). Samengevat: minder lijnen met minder haltes, maar met betere frequenties. Taxi's zouden dan op het platteland een alternatief kunnen zijn.

De onderzoekers wijzen er ook op dat beleidsmakers en alle betrokken partijen beter op elkaar moeten afgestemd zijn. 

‘Ik zie wel wat in intercommunales, samenwerkingen tussen gemeentes om projecten van openbaar vervoer te realiseren. Zo kunnen er grensoverschrijdende beslissingen genomen worden’, zegt Van Reeth