Grote hervorming kinderopvang: wat verandert er op 1 april?
Foto: BELGA

De kinderopvang in Vlaanderen zal vanaf 1 april 2014 grondig veranderen. Zo zal elke opvang een vergunning moeten hebben van Kind en Gezin. Er komt ook een geleidelijke gelijkschakeling tussen de verschillende soorten opvangvoorzieningen, zowel op het vlak van voorwaarden als financiering. Volgens Kind & Gezin gaat het om een hervormingsproces - geen 'big bang' - dat absoluut nodig is om de kwaliteit en leefbaarheid van de hele sector te garanderen.

Het nieuwe kinderopvangdecreet treedt vanaf volgende week in werking. Woensdag kwamen de verantwoordelijken van Kind & Gezin, onder wie administrateur-generaal Katrien Verhegge, tekst en uitleg geven bij de geplande hervorming.

Slechts twee opvangvormen

Het huidige kinderopvanglandschap in Vlaanderen is versnipperd. Momenteel bestaat het Vlaamse kinderopvanglandschap grotendeels uit gesubsidieerde onthaalouders (circa 31.000 plaatsen), zelfstandige onthaalhouders (circa 5.800 plaatsen) erkende en gesubsidieerde kinderdagverblijven (zo’n 18.800 plaatsen) en de zelfstandige kinderdagverblijven (circa 39.000 plaatsen). Die verschillende opvangvormen verschillen zowel op het vlak van voorwaarden als financiering. Het nieuwe decreet moet daarom zorgen voor een grotere stroomlijning. Zo blijven er nog twee grote opvangvormen over. Enerzijds de gezinsopvang (de vroegere onthaalouders) waar maximaal 8 kinderen tegelijk aanwezig mogen zijn en anderzijds de groepsopvang (de bestaande erkende en gesubsidieerde opvang en de zelfstandige kinderdagverblijven) waar minstens 9 kinderen tegelijk aanwezig zijn.

Vergunning nodig voor elke kinderopvang

Een belangrijke nieuwigheid is dat alle opvanginitiatieven een vergunning zullen nodig hebben. Nu zijn er nog opvanginitiatieven die werken zonder attest of erkenning van Kind en Gezin. Dat zal met het nieuwe decreet dus niet meer mogelijk zijn. Ook de verhouding tussen het maximumaantal kinderen per begeleider wordt gestroomlijnd. Zo zal 1 begeleider maximum 8 kinderen mogen opvangen. Zodra er verschillende begeleiders aanwezig zijn, geldt een maximum van 9 kinderen per begeleider. Maar tegelijk wordt gestreefd naar een lagere ratio. Zo wordt aan de organisatoren van groepsvang gevraagd te streven naar 1 begeleider op 7 kinderen en voor gezinsopvang naar gemiddeld 1 op 4 per kwartaal.

'Wij zijn eerlijk gezegd niet helemaal gelukkig met de voorziene 1 op 8-ratio. Wij hadden dat ook liever lager gezien en bijvoorbeeld een ratio van 1 op 5 of 6 gebruikt', zegt Filip Winderickx, afdelingshoofd Kinderopvang bij Kind en Gezin. 'Maar dan moet je het budget hebben om dat waar te maken. In Wallonië is er bijvoorbeeld een lagere ratio, maar is er maar voor 70 procent subsidiëring', aldus Winderickx.

Zelfstandige kinderdagverblijven evenwaardig gesubsidieerd

Naast een harmonisering van de vergunningsvoorwaarden komt er ook een geleidelijke gelijkschakeling van de financiering tussen de verschillende opvanginitiatieven. Dat laatste vormt een delicate oefening. De zelfstandige sector klaagt traditioneel over een onderfinanciering tegenover de erkende gesubsidieerde sector. Er is de voorbije jaren wel sterk geïnvesteerd in de zelfstandige sector, met name in de uitbreiding van het inkomensgerelateerde systeem of IKG-systeem, waarbij ouders betalen in functie van hun inkomen en de kinderdagverblijven dankzij de overheid een gegarandeerde dagprijs krijgen. Bedoeling blijft de resterende kloof tussen de erkende gesubsidieerde sector en de zelfstandige sector tussen 2014 en 2020 volledig dicht te fietsen.

Nog enkele nieuwigheden zijn dat de verantwoordelijke van kinderopvang en minstens één begeleider voldoende Nederlands moeten kennen. Nieuwe opvanginitiatieven moeten meteen aan de regel voldoen, voor bestaande initiatieven is er een overgangsperiode voorzien. Die taalregel heeft vooral in Brussel en de rand wat onrust veroorzaakt.

‘Opvang bestellen = opvang betalen’

In opvanginiatieven waar ouders betalen volgens hun inkomen, zal ook het principe gelden van 'opvang bestellen = opvang betalen'. Ouders krijgen wel een ‘korfje’ respijtdagen, dagen waarop de kinderen gerechtvaardigd afwezig zijn (bv. door ziekte of bij snipperdagen). Voor kinderen die voltijds naar de opvang komen, gaat het om 18 dagen op jaarbasis. Is er opvang besteld en is het aantal ‘respijtdagen’ op, dan moeten ouders betalen en kan de opvang een bijdrage vragen. Die regel gaat in vanaf 1 april 2015.

Kritiek

Opppositiepartijen Groen en Open Vld vrezen dat het nieuwe decreet nefast zal zijn voor de zelfstandige sector en drongen woensdag opnieuw aan op uitstel van het decreet. 'De uitvoering van dit decreet zal heel wat kinderopvanginitiatieven de das omdoen. Het zal opvangplaatsen vernietigen, in plaats van erbij te creëren', aldus Mieke Vogels (Groen) en Vera Van der Borght (Open Vld).

Kind & Gezin maakt zich sterk dat geen enkele sector financieel zal verliezen. 'Het kan wel zijn dat individuele opvanginitiatieven financieel verliezen, maar voor die organisatoren zijn financiële compensaties voorzien', klinkt het. De organisatie benadrukt ook dat de hele transitie in stappen verloopt en dat er overgangsperiodes zijn voorzien.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig