Met een eigenzinnige, maar weldoordachte aanpak leverde het obligatieteam van Franklin Templeton mooie resultaten af.

2013 was niet het makkelijkste jaar voor obligatiebeleggers. De dreiging van een oplopende rente hing onophoudelijk boven de markt. Een hogere rente gaat ­gepaard met lagere obligatiekoersen, en betekent dus slecht nieuws voor de obligatiemarkten.

Vooral in de Verenigde Staten was de dreiging manifest aanwezig, omdat de centrale bank (de Federal Reserve) begon met de afbouw van haar stimuleringsprogramma. De Fed heeft voor tientallen miljarden obligaties opgekocht, legde zo een bodem onder de markt en hield de rente laag. Daar kwam vorig jaar een einde aan.

Het obligatieteam van Franklin Templeton had zich begin 2013 tot doel gesteld om een positieve return op de obligatieportefeuille te realiseren, terwijl het besefte dat een omgeving van stijgende rentetarieven de meeste obligatiefondsen met een negatieve return zou opzadelen.

De uitgestippelde strategie steunde op drie pijlers. Ten eerste kozen de fondsbeheerders vooral voor obligaties met een lage duration. Met die term wordt de rente­gevoeligheid van vastrentende ­effecten aangeduid. Obligaties met een kortere looptijd zijn minder gevoelig voor rentestijgingen. Die kregen dus de voorkeur. De tweede strategische keuze was om de blootstelling aan staatsschuld te vergroten. Wel werd een zorgvuldige selectie doorgevoerd van de landen. Geen traditionele regio’s, zoals de VS, Japan of de ­eurozone, maar wel landen die stevige economische fundamenten combineren met een iets hogere coupon, zoals Ierland, Zweden, Polen, Zuid-Korea, Maleisië en Mexico. Ten slotte werd ook gekozen voor een iets hoger wisselkoersrisico dan de meeste andere obligatiefondsen. Minder yen, ­euro en dollar, en meer exotische munten.

Korte paniekaanvallen

Het obligatieteam van Franklin Templeton beroept zich op een lange ervaring. ‘Ze doen dit al twintig jaar’, zegt Bérengère Blaszczyk. Zij leidt de Belgisch-Luxemburgse vestiging van Franklin Templeton. Die ervaring helpt bij het uitstippelen van een strategie die er nu heel anders uitziet dan pakweg tien jaar geleden.

‘De dynamiek die we de jongste jaren hebben gezien, is er een van korte aanvallen van paniek en ­besmetting naar de groeilanden, gevolgd door langere perioden waarin de markten zich gedifferentieerd ontwikkelen’, zo luidt de analyse van het obligatieteam. ‘Er was een enorme variatie in hoe de markten in verschillende landen presteerden. Ook de groei­landen volgden geen gelijkmatig patroon. Er waren bijvoorbeeld periodes waarin Hongarije, Zuid-Korea en Mexico het slachtoffer werden van marktpaniek, maar later veerden ze toch weer op.’

Hongaarse obligaties in lokale munt haalden in 2013 een rendement van maar liefst 13 procent. Zuid-Korea haalde 2,5 procent en Mexico bleef vlak. Maar de Braziliaanse obligatiemarkt verloor vorig jaar 14 procent, die van Zuid-Afrika 19 procent en Turkije 21 procent. ‘Die divergentie zal nog doorzetten’, denkt het obligatieteam. ‘Zeker omdat in de Verenigde Staten een omslag in het monetaire beleid heeft plaatsgevonden en de rente zal blijven stijgen.’

Dit jaar wil Franklin Templeton blijven inzetten op de verschillen in rendement tussen landen met stevige fundamenten en landen die zwakker op hun benen staan. De verwachte volatiliteit biedt kansen, op voorwaarde dat er heel selectief wordt belegd en kort op de bal wordt gespeeld. ‘Het grootste risico in 2014 is om niets te doen’, zegt Blaszczyk. Net als in 2013 zullen de meest actieve fondsbeheerders de beste resul­taten halen, denkt hij. En net als in 2013 blijft het hoofddoel om waardeverminderingen tegen te gaan in een omgeving van stijgende rente.

Zwarte lijst

Het obligatieteam heeft alvast een zwarte lijst opgemaakt van landen waarin niet geïnvesteerd mag worden. Dat zijn in het oog lopende groeilanden die onder druk staan wegens een geforceerd lage rente in combinatie met tekorten op de begroting en de lopende rekening, die de munt kunnen verzwakken. Het kan zijn dat sommige van die landen zullen proberen de beleidsfouten te herstellen, maar de effecten daarvan zullen zich niet meteen laten voelen. Daarentegen zijn er ook landen die op zich gezond zijn, maar kortstondig kunnen worden mee­gesleept in aanvallen van marktpaniek. ‘Een van de lessen die we in 2013 hebben geleerd, is dat we daarvan kunnen profiteren.’

Het team van Franklin Templeton is van plan om niet zomaar mee te gaan in de algemene overtuiging dat het groeilandenverhaal voorbij is. ‘Te midden van het pessimisme kun je nog altijd juweeltjes vinden. Die worden nu ook uitgespuwd door de massale paniek. De taak van goede obligatiefonds­beheerders is om de kansen in die specifieke landen te onderkennen, en om niet in de val te trappen van algemeenheden waarbij alles op één hoop wordt gegooid.’