Te strenge fiscus kost belastingplichtigen soms serieuze som
Foto: Photo News

De fiscus is soms te streng voor burgers die te laat merken dat ze een fout maakten in hun belastingaangifte, waardoor ze te veel moeten betalen. Sommige lokale taxatiediensten zijn bovendien strikter dan andere, hekelt de federale ombudsman in zijn jaarverslag 2013 dat maandag is voorgesteld.

Zoals elk jaar schetst het jaarverslag een reeks concrete dossiers waarbij de overheid de mist in ging bij haar contacten met de burgers. Het gaat bijvoorbeeld over het rijksregister dat geen huisnummers toelaat met een letter erin, maar ook over de schrijnende toestand van geïnterneerden in ons land of over foute communicatie door computerproblemen.

Traditioneel krijgt de ombudsman veel klachten binnen over de belastingdiensten. Vorig jaar bleek iemand bijvoorbeeld 2.160 euro mis te lopen doordat hij te laat - en dus buiten de bezwaartermijn - merkte dat de wetgeving gewijzigd was rond het aangeven van energiebesparende maatregelen.

Iemand anders vergat de gegevens over haar hypothecaire lening van de kladversie van haar aangifte volledig over te zetten in tax-on-web, wat ze pas vier jaar later opmerkte. Ze liep heel wat geld mis, maar de belastingadministratie beschouwde dat als een bewuste keuze en weigerde het recht te zetten.

Die strikte interpretatie van het begrip ‘materiële fout’ - vaak beperkt tot schrijffouten - wordt best verruimd, vinden ombudslui Guido Herman en Catherine De Bruecker. Daardoor zou de administratie de fouten makkelijker kunnen rechtzetten, ook na het verstrijken van de termijnen.

Best komt er ook een algemene richtlijn, omdat niet alle taxatiediensten even streng zijn. Wanneer alle termijnen nog niet verstreken zijn, blijkt de fiscus bovendien veel milder door het begrip materiële vergissing ruimer toe te passen. En ervan uitgaan dat een correcte aangifte indienen een burgerplicht is, getuigt volgens de ombudsman 'van weinig begrip voor de complexiteit' van ons fiscaal systeem.

Hoewel de fiscus goed vertegenwoordigd was onder de ontvankelijke klachten (1.152), rolden er over de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken nog meer klachten binnen (1.415). Het ging onder meer om de opvang van kinderen in de open terugkeercentra, met te weinig speel- en ontspanningsruimte en een gebrek aan onderwijs - over het hernieuwen van identiteitspapieren voor EU-burgers tot de registratie van huisnummers in het rijksregister.

Andere klachten gingen - opnieuw - over de overbevolking en de opvang van geïnterneerden in de Belgische gevangenissen, over nationaliteitsbetwistingen en aanpassingen aan de burgerlijke staat in het buitenland tot informaticaproblemen die een reële impact hebben op sollicitanten bij de overheid en andere gewone burgers.

In totaal liepen er vorig jaar 5.242 klachten en 1.367 vragen om informatie binnen, naast zowat tienduizend telefonische contacten. Eén klacht op twee ging over de traagheid van de administratie, een zorgvuldige dossierbehandeling was grief nummer twee. Meer dan de helft van de klachten wordt binnen de zes maanden afgehandeld, maar voor één op drie blijft meer dan een jaar nodig.