Ruim helft Belgen doet zelden of nooit aan sport
Foto: ss

Meer dan drie op de tien Belgen (31 procent) doen nooit aan sport. Ruim één op de vijf (22 procent) waagt zich maar zelden aan fysieke activiteit of sport. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van de Eurobarometer. Voor het eerst is het aandeel Belgen dat regelmatig sport gezakt: van 16 procent in 2009 naar 10 procent eind 2013.

'De cijfers tonen een achteruitgang voor ons land', zegt Jeroen Scheerder, professor Sportbeleid aan de KU Leuven. '31 procent van de Belgen zegt nooit te sporten, dat is een toename met 3 procentpunt tegenover 2009.' De cijfers voor de nieuwe Eurobarometer werden verzameld tussen november en december 2013.

'Als je de positie van België vergelijkt met de rest van de EU-landen, blijven we wel in de middenmoot.' Maar liefst 42 procent van de EU-burgers sporten nooit. 'Maar België zit wel bij de dalers, samen met landen als Italië, Portugal, Cyprus, Malta,...'

'Voor de hele Europese Unie zie je een paar trends. Iedere keer dat er nieuwe lidstaten bijkomen, daalt het aantal sporters. En naarmate je van Noord- naar Zuid-Europa en van West- naar Oost-Europa gaat, daalt het aantal sporters.'

Man versus vrouw

Uit de enquête blijkt voorts dat de Europese mannen op het vlak van beweeglijkheid iets beter scoren dan de vrouwen. Op de vraag of ze minstens één maal per week sporten, antwoordde 45 procent van de mannen positief, tegenover 37 procent van de vrouwen. Tegelijk zegt 37 procent van de mannen nooit te sporten, bij de vrouwen loopt dit op tot 47 procent.

Verklaringen voor deze kloof worden in de Eurobarometer niet aangereikt. Het is wel duidelijk dat het verschil tussen de geslachten het grootst is bij de jongeren: hoe ouder ze worden, hoe kleiner het verschil in beweeglijkheid wordt tussen mannen en vrouwen.

Zitten

Gevraagd hoe vaak ze andere fysieke activiteiten doen, zoals fietsen, dansen of tuinieren, was ‘nooit’ het antwoord bij 20 procent van de Belgen. Meer dan de helft (55 procent) beweegt regelmatig of ‘met enige regelmaat’, één op de vier Belgen beweegt zelden.

De meeste Belgen (41 procent) zitten elke dag tussen 2,5 en 5,5 uur neer. Zeventien procent zit minder dan 2,5 uur, 30 procent tussen 5,5 en 8,5 uur, 12 procent meer dan 8,5 uur.

'Het tijdsengagement kan een mogelijke verklaring zijn voor de stijgende groep die nooit sport', zegt professor Scheerder. 'Er is minder tijd voor vrije tijd. En het vergt veel wilskracht om na een lange dag zitten jezelf nog tot sporten aan te zetten.'

Voldoende sportaanbod

De Eurobarometer peilde ook naar de mogelijkheden om te sporten. 87 procent van de Belgen vindt dat hun omgeving genoeg mogelijkheden voor fysieke activiteit bieden. 'En ook het aanbod van de sportclubs wordt gewaardeerd', merkt professor Scheerder op. '87 procent van de ondervraagde Belgen vinden dat lokale sportclubs voldoende kansen bieden om actief te zijn.'

Professor Scheerder: 'En toch vindt bijna een derde van de respondenten dat de (lokale) overheid te weinig doet om sporten mogelijk te maken. Daarom moet de overheid blijven hameren op het belang van sport en beweging voor de gezondheid.'