Rekenhof heeft vragen over toltarieven voor Oosterweel
Foto: BELGA

Het Rekenhof stelt zich vragen bij de financiering van het Oosterweel-project. Er is nog onduidelijkheid over de toltarieven. Voor de toekomstige concessiehouder wordt het niet eenvoudig om tegen 2016 twee miljard euro externe financiering aan te trekken. Dat staat in het rapport van het Rekenhof dat donderdag wordt voorgesteld in het Vlaams Parlement.

Na het Valentijnsakkoord van de Vlaamse regering over het Antwerpse Oosterweel-project was het wachten op het oordeel van het Rekenhof. Ter herinnering: op 14 februari 2014 koos de regering Peeters II voor een geoptimaliseerd Oosterweeltracé voor de ontsluiting van de Antwerpse ring. Het geplande vrachtverbod in de Kennedytunnel sneuvelde en er kwam een gedifferentieerde tol in de tunnels (Oosterweeltunnel, Kennedytunnel en Liefkenshoektunnel). De brug over het Albertkanaal werd een tunnel en de ‘paperclip’ werd een ‘Hollands complex’.

Door de bijsturingen zou er volgens het Rekenhof sprake zijn van een geraamde minderkost van 313 miljoen euro. Vooral de keuze voor een ander type tunnels (gestapelde cut-and-cover-tunnels in plaats van gezonken tunnels) levert een minderkost van 150 miljoen euro op. De tunnel onder het Albertkanaal (in plaats van een brug, red.) betekent dan weer een meerkost van 185 miljoen euro. De keuze voor het ‘Hollands complex’ in plaats van de paperclip heeft geen relevante meerkost.

Tolinkomsten

Wat de geplande gedifferentieerde tol betreft, zegt het Rekenhof dat die tol nog juridisch moet onderzocht worden. Zo moet ze nog getoetst worden aan de Europese tolrichtlijn. Het is ook nog afwachten wat de beste tarieven zullen zijn om het verkeer te sturen en om de nodige tolinkomsten te garanderen. Die tolinkomsten moeten het project namelijk mee financieren. Eerdere ramingen spraken van 349 miljoen euro aan tolinkomsten per jaar, maar de tarieven voor de gedifferentieerde tol zijn nog niet vastgelegd.

Net zoals in het verleden waarschuwt het Rekenhof voor mogelijke moeilijkheden bij de financiering van het project. De toekomstige concessiehouder zal zelf op zoek moeten naar 2 miljard euro. Dat wordt volgens het Rekenhof niet evident. ‘Succesvol 2 miljard euro externe financiering aantrekken zonder gewestwaarborg lijkt geen gemakkelijke opdracht en zal afhankelijk zijn van de marktomstandigheden bij contractafsluiting.’