Geen enkele agent of beleidsmaker met gezond verstand zal optreden tegen fietsers die op kleine wegen sneller dan 30 kilometer per uur rijden. Bovendien kunnen de snelheidscamera’s van de politie fietsers technisch gesproken niet ‘flitsen’. Zo reageert Kamerlid Jef Van den Bergh (CD&V) op de ‘onnodige heisa’ die is ontstaan over de nieuwe wet over de snelheidsbeperkingen op vooral landbouwwegen.

Zijn voorstel om een snelheidslimiet te koppelen aan de verkeersborden F99a, b en c (zie foto) is ontstaan uit de vaststelling dat er een hiaat zat in de verkeerswetgeving en de wegcode. Net op die wegen die hoofdzakelijk gebruikt worden door fietsers, voetgangers en ander traag verkeer, gold geen enkele snelheidsbeperking, waardoor de occasionele gemotoriseerde weggebruiker daar nog 90 kilometer per uur mocht rijden. En daar zijn die wegen natuurlijk niet voor uitgerust, noch voor bedoeld, zegt Van den Bergh.

‘Wet moet veiligheid verhogen’

Een snelheidskoppeling aan de F99-borden is volgens hem dus een logische maatregel om de zachte weggebruikers te beschermen en om sluipverkeer op die wegen tegen te gaan. ‘Daardoor worden de wegen nog aantrekkelijker voor wielerliefhebbers’, luidt het. ‘Fietsers moeten de begunstigden zijn van deze wet, niet de slachtoffers. Het moet de veiligheid van wielertoeristen, van fietsers en voetgangers verhogen. Deze wegen zijn ideale fietsroutes.’

Wielerbond Vlaanderen voelt zich alleszins wel benadeeld. ‘Als ze hiermee beginnen, waar eindigt het dan? Waar kunnen we straks wel nog rijden’, reageerde voorzitter Jules Vandergunst in Het Nieuwsblad.