Totale inactiviteit in België 2,5 keer hoger dan ‘echte’ werkloosheid
Foto: kbc
De stijging van de Belgische werkloosheid bleef relatief beperkt tijdens de voorbije Grote Recessie. Rekening houdende met alle bijkomende vormen van verborgen inactiviteit, ligt de ‘echte’ werkloosheid echter 2,5 maal hoger, stelt Johan Van Gompel, senior econoom van KBC Groep vast.

België is er tijdens de financiële crisis aardig in geslaagd om de toename van de werkloosheid binnen de perken te houden. Hoewel we in 2008-2012 de zwaarste crisis in de naoorlogse periode hebben doorgemaakt, lag de werkloosheidsgraad nooit hoger dan tijdens eerdere recessies.

Ook op Europees niveau scoort ons land inzake werkloosheidsgraad niet slecht. Naast de reguliere werkloosheid (UVW’ers of werkzoekende uitkeringsgerechtigde volledig werklozen) zijn er in ons land evenwel nog heel wat bijkomende vormen van verborgen inactiviteit. Sommige daarvan (de tijdelijk werklozen en de werklozen met bedrijfstoeslag die beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt) betreffen evenzeer werklozen. Daarnaast gaat het om mensen die zich tijdelijk of definitief niet beschikbaar stellen voor de arbeidsmarkt, om diverse (soms goede) redenen, maar dat in principe wel nog zouden kunnen. Het betreft de vrijgestelde oudere werklozen, de bruggepensioneerden en mensen in loopbaanonderbreking, tijdskrediet of in de thematische verloven.

Al deze categorieën van ‘ondertewerkstelling’ hebben als gemeenschappelijk kenmerk dat ze net als de ‘echte’ werklozen van een RVA-uitkering genieten. Samen ging het in 2013 om afgerond 600.000 burgers. De totale inactiviteit komt daarmee op ruim 1 miljoen Belgen. Dat is 2,5 keer meer dan het aantal ‘echte’ werklozen en 15,6% van de Belgische bevolking op leeftijd 20-64 jaar.