Hoewel er in de Senaatscommissie Justitie een brede consensus is dat er een oplossing moet gevonden voor ten minste het ouderschap in lesbische koppels, groeit ook de twijfel dat er nog een wettelijke regeling kan worden uitgewerkt voor de ontbinding van het parlement. Dat experten woensdagvoormiddag nog heel wat technische bezwaren opwierpen, was daar zeker niet vreemd aan.

Het debat spitst zich toe op de lesbische koppels, zoals voorzien in het wetsvoorstel van Els Van Hoof (CD&V). Dat voorziet dat de meemoeder in een gehuwd lesbisch koppel bij medisch begeleide voorplanting automatisch als ouder zou beschouwd worden, zoals als dat bij heterokoppels het geval is. Van Hoof heeft haar voorstel als amendement ingediend op het voorstel van Open Vld’er Jean-Jacques De Gucht, dat ook een regeling voorziet voor homokoppels en draagmoeders.

Maar woensdag tijdens de hoorzitting wezen de professoren Patrick Senaeve (KU Leuven) als Jehanne Sesson (UCL) op een reeks technische problemen en de noodzaak van een (ingewikkelde) overgangsregeling. Voor Bart Laeremans (Vlaams Belang) en Karl Vanlouwe (N-VA) was dit het sein om te pleiten niet overhaast tewerk te gaan en niet meer deze legislatuur over een tekst te stemmen.

De Gucht drong erop aan om toch nog voor de ontbinding van het parlement te landen. Van Hoof wees erop dat haar voorstel niet voor bijkomende rechtsonzekerheid zorgt, ondanks de kritische opmerkingen van de professoren. Een grondige aanpassing van het afstammingsrecht is nodig, maar daar moet niet op gewacht worden om de problematiek van de lesbische koppels te regelen.

Zowel de socialisten als de groenen zegden mee te willen werken aan een snelle oplossing. Françis Delpérée (cdH) stelde voor om een tekst uit te werken binnen een werkgroep, maar dat voorstel kreeg weinig meeval. Christine Defraigne (MR) toonde zich pessimistisch over de kansen dat er nog een wettelijke regeling komt voor de ontbinding.