Kloof tussen rijk en arm neemt af
Foto: BELGA

Het inkomensverschil tussen de 10 procent rijkste en de 10 procent armste Belgen is kleiner geworden. Toch neemt de armoede niet af, staat te lezen in De Standaard.

De economische crisis heeft geen negatieve invloed gehad op het inkomen van de Belgische gezinnen. Volgens de Oeso, de organisatie van industrielanden, lag het beschikbare gezinsinkomen in België in 2012 op 23.700 euro. Dat is niet alleen beduidend meer dan het Europees gemiddelde (20.700), maar ook 1,1 procent meer dan in 2007, voor het uitbreken van de crisis.

In de meeste Europese landen zijn de laagste inkomensgroepen er tussen 2007 en 2012 op achteruitgegaan, maar in ons land zag de armste bevolkingsgroep haar inkomen met 2,1 procent toenemen, tot gemiddeld 8.800 euro. Het Europese gemiddelde is gezakt tot 6.950 euro.

Het Oeso-rapport toont aan dat de kloof tussen de rijkste en de armste Belgen tijdens de crisisjaren kleiner is geworden. In 2007 was de Belgische toplaag – de 10 procent rijkste gezinnen – 5,8 keer rijker dan de armste 10 procent. Vijf jaar later, in 2012, was dat nog 5,6 keer.

Die dalende trend is opmerkelijk en doet zich in slechts vier andere Europese landen voor, onder meer in onze buurlanden Nederland en Luxemburg.

Het uitgebreide systeem van sociale zekerheid heeft de inkomensongelijkheid in België dus een beetje helpen verminderen, maar daarmee is de armoede niet verdwenen. In 2012 kreeg 9,7 procent van de Belgische gezinnen het predikaat ‘arm’ mee van de Oeso, omdat zij het met een inkomen moeten doen dat lager ligt dan de helft van het mediaaninkomen. Die groep armen is toegenomen, want in 2007 ging het maar om 9,1 procent van de bevolking.