De dertien personen die eind februari aangehouden werden in drie gerechtelijke onderzoeken naar het ronselen van Syrië-strijders, blijven in de cel. Dat heeft de Brusselse raadkamer maandag beslist. Bij de dertien zitten zowel mensen die jongeren zouden geronseld hebben, als jongemannen die naar Syrië vertrokken zijn of op het punt stonden te vertrekken als mensen die logistieke en financiële steun hebben geleverd. De verdediging van de 13 verdachten kan nog in beroep gaan tegen de beslissing van de raadkamer.

De dertien werden allemaal in de loop van de week van 21 tot 28 februari opgepakt. Speurders vielen toen binnen op 55 adressen over heel België en pakten 74 mensen op voor verhoor. Vijfentwintig van hen werden voorgeleid bij de onderzoeksrechters Panou en Bruyneel, die er uiteindelijk 13 aanhielden. Twee minderjarigen werden ook door de jeugdrechter geplaatst in een gesloten instelling.

Trainingen aan de kust

Volgens het federaal parket zouden de verdachten tussen 2012 en begin 2014 jongeren gerekruteerd hebben om te gaan strijden in de Syrische burgeroorlog of hulp geboden hebben aan jongeren die naar Syrië vertrokken. De twee Brusselse broers Othman en Mohamed A. zouden de spilfiguren zijn in één van de drie dossiers. De twee zouden onder meer jongeren die naar Syrië wilden vertrekken met de wagen naar Düsseldorf gebracht hebben, waar ze het vliegtuig konden nemen naar Turkije. De twee zouden ook logistieke en financiële steun geleverd hebben.

Ook hun schoonbroer Elias K., die een islamitische boekhandel uitbaat, zou een belangrijke rol gespeeld hebben door jongeren tijdens weekends training te geven aan de Belgische kust. Die trainingen zouden onder meer plaatsgevonden hebben in de oude bunkers in de duinen rond de vroegere koninklijke villa in Oostende. Elias K. werd ook opgepakt in het dossier maar vrijgelaten onder voorwaarden.

‘Achterblijvers meteen als spilfiguren beschouwd’

De verschillende verdachten zijn van jonge tot zeer jonge leeftijd. Zo zijn er enkele studenten van de Université Libre de Bruxelles (ULB) bij, maar ook een 25-jarige leraar aan een Brusselse technische school. Alvast de verdachten in het dossier rond de broers A. zouden allemaal uit dezelfde Brusselse buurt zijn en elkaar goed kennen. Hun advocaten betwisten met klem dat ze deel zouden uitmaken van een terreurorganisatie.

‘Het is niet omdat iemand geld stuurt naar zijn broer die in Syrië zit, dat hij het terrorisme financiert’, zegt meester Sébastien Courtoy, die verschillende verdachten in het onderzoek verdedigt. ‘Dit is heus geen professionele en gestructureerde organisatie, het gaat om groepjes mensen van wie er één of een paar naar Syrië vertrokken zijn. Alleen worden de achterblijvers dan meteen als spilfiguren beschouwd.’