IMF: 'Gaten in innovatiecapaciteit'
Premier Elio Di Rupo. Foto: BELGA

Het verlies van de Belgische concurrentiekracht heeft niet zozeer te maken met overdreven loonkostenstijgingen, maar met een verlies aan productiviteitsgroei. Dat schrijft het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in zijn jaarlijkse rapport over België.

Daardoor nemen de kosten per eenheid product sneller toen dan in de buurlanden. De Belgische productiviteit is nog wel hoger dan in de buurlanden, maar de kloof versmalt. Dat komt doordat er maatregelen genomen worden om laaggeschoolden aan werk te helpen, maar ook in de kennisintensieve sectoren wordt de Belgische productiviteitsvoorsprong kleiner. 'Dat wijst op gaten in de innovatiecapaciteit, en in de opleidingen'.

Belgische ondernemingen zijn slecht in productinnovatie, stelt het IMF onomwonden vast. Daardoor hebben de exportbedrijven het moeilijk om op te klimmen in de waardeketen. Dat maakt hen dan weer kwetsbaar voor concurrentie met lagelonenlanden. Met andere woorden: Belgische ondernemingen moeten meer doen om in de innovatievoorhoede te blijven. Het IMF erkent dat de overheid onderzoek en ontwikkeling subsidieert, 'maar het is onduidelijk hoe efficiënt die steun is'. Ook universiteiten kunnen meer doen om hun innovatiecapaciteit ten dienste te stellen van het bedrijfsleven.

Ook in het onderwijs zijn verbeteringen nodig. Er zijn te weinig studenten in technische richtingen, en hun prestaties verslechteren. Ook zijn de verschillen tussen noord en zuid te groot. Er wordt tenslotte te weinig geïnvesteerd in het bijscholen van werknemers.

Wat onze concurrentiepositie verder verzwakt, is een gebrek aan binnenlandse concurrentie. Er zijn nu te veel overheidsregels om bedrijven hard te laten concurreren. De liberalisering van de telecom en energiesector laten zien dat het openbreken van de markt gunstige effecten kan hebben. Liberalisering van andere sectoren zou  ook daar de productiviteit en concurrentie doen toenemen. Het IMF noemt als voorbeelden de transportsector, de detailhandel en professionele dienstverlening (advocaten, notarissen en dergelijke).

'Die zijn naar Oeso-normen zwaar gereguleerd. Meer concurrentie zou nieuwe werkgelegenheid kunnen scheppen, en op die manier het activatie-beleid versterken'.  Met het activatie-beleid worden de inspanningen bedoeld die de overheid doet om werklozen aan het werk te krijgen. 

'Geen gevaar op vastgoedcrash'

Voorts is er volgens het IMF in België geen risico op een scherpe daling van de vastgoedprijzen. Het Fonds erkent dat de Belgische vastgoedprijzen sinds de millenniumwissel ruimschoots verdubbeld zijn in reële termen (dat wil zeggen: inflatie meegerekend).

Ook is België een van de weinige Europese landen waar de prijzen na de crisis niet gedaald zijn. De prijzen zijn nu volgens sommige berekeningsmethodes tot 60 procent te hoog, maar het IMF vindt die methodes niet zo betrouwbaar. 'Een nauwkeuriger beoordeling (een regressie-analyse van de betaalbaarheid, gecorrigeerd voor de interesttarieven) laat een overwaardering van 5 tot 15 procent zien.

Daar komt bij dat de absolute prijzen vrij bescheiden zijn naar Europese normen. Een tekort aan woningen en een hoog percentage huizenbezitters (70 procent) maken een snelle prijsdaling onwaarschijnlijk, oordeelt het IMF.

Het risico op grootscheepse wanbetalingen door huizenbezitters is beperkt, zelfs als de rente scherp zou stijgen, of de werkloosheid opeens zou toenemen. Dat komt doordat relatief veel hypotheken zijn afgesloten met een vaste rentevoet, en omdat veel huishoudens een goed gevuld spaarboekje hebben. 

Het volledige rapport kan u hier terugvinden (in het Engels).