Terrorismeproces. 'Ja, we wilden naar Syrië gaan'
Beelden van zondag 9 maart uit de Syrische stad Homs, waar rebellen en het leger nog steeds een hevige strijd leveren. Foto: REUTERS

Drie van de negentien beklaagden hebben dinsdag op het terrorismeproces voor de correctionele rechtbank in Brussel verklaard dat ze wel degelijk geprobeerd hebben om in Syrië te geraken om er deel te nemen aan de jihad, de gewapende islamitische strijd.

De rechtbankvoorzitter ondervroeg dinsdagnamiddag twee metgezellen van Youssef Bouyahbaren met wie ze tot in Turkije waren geraakt. Youssef Bouyabharen verklaarde dinsdagochtend nog dat hij Syrië had willen binnen geraken, maar dat het hem niet gelukt was. Het is een verklaring waar het federaal parket zo zijn twijfels over heeft.

Dinsdagnamiddag legden twee 'compagnons de route' van Youssef Bouyabharen, Nasreddine Fekhardji en Suleyman El Bouzakhi, dezelfde verklaring af.

De drie mannen waren uit Brussel naar Turkije vertrokken in 2011. Ze twijfelden eraan of ze naar Syrië zouden trekken of naar Somalië, zo zegden ze. Syrië geraakten ze niet binnen omdat ze niemand vonden die hen het land kon binnen smokkelen. Ze hadden zich nieuwe gsm’s en sim-kaarten aangeschaft om met elkaar ter plaatse te communiceren, verklaarden ze nog.

Negentien mensen staan in Brussel terecht voor deelname aan activiteiten van terreurgroepen, in Syrië en in Somalië aan de zijde van de Al-Shabab-milities. Drie van hen, onder wie Rachid Benomari - beschouwd als het brein van de expedities - zitten momenteel vast in Kenia. Sommigen worden van deelname aan terreuracties verdacht, anderen van het financieel mogelijk maken van die terreuracties.