Regen was geheime wapen van Dzjengis Khan

Wetenschappers zien een verband tussen de veroveringen van de Mongoolse heerser Dzjengis Khan en de uitzonderlijke weersomstandigheden in die tijd.

Aan de hand van de groeiringen van Siberische pijnbomen in Centraal-Mongolië konden Amerikaanse wetenschappers de plaatselijke klimaatomstandigheden in kaart brengen van 900 na Christus tot nu.

De studie stelt dat de opkomst van Dzjengis Khan, die in het begin van de dertiende eeuw de Mongoolse stammen verenigde en het gigantische Mongoolse Rijk stichtte, samenviel met het mildste en natste weer in meer dan duizend jaar. De jaren voor zijn heerschappij, tussen 1180 en 1190, waren gekenmerkt door extreme droogte, luidt het in Proceedins of the National Academy of Sciences .

‘De overgang van extreme droogte naar extreem vochtig weer suggereert sterk dat klimaat een rol speelde bij menselijke gebeurtenissen’, zegt wetenschapper Amy Hessl. ‘Het was niet de enige factor. Maar het moet de ideale omstandigheden hebben gecreëerd voor een charismatische leider die uit de chaos opstond, een leger op de been bracht en de macht naar zich toe trok.’

Door de overgang groeide het gras snel, wat voer opleverde voor de oorlogspaarden. ‘Waar het dor is, veroorzaakt ongewone vochtigheid ongewone groei in vegetatie, en dat vertaalt zich in paardenkracht’, legt Hessl uit. ‘Dzjengis kon letterlijk op die golf rijden.’