Op vrijdag 11 maart 2011 wordt de noordoostelijke kust van Japan om 14.46 uur (lokale tijd) getroffen door een zware aardbeving. De schok had een kracht van 9,0. Het is daarmee de hevigste aardbeving die Japan ooit heeft getroffen.

Er wordt onmiddellijk een tsunami-alarm afgekondigd. En rond 16.00 uur bereikt een enorme vloedgolf van zowat tien meter hoog dan ook de kust van Sendai, de hoofdstad van de prefectuur Miyagi, in het noordoosten van Japan. De tsunami verwoest zo'n 260 kuststeden.

In totaal zal de ramp aan ongeveer 15.800 mensen het leven kosten. Meer dan 100.000 huizen worden compleet verwoest, 500.000 woningen worden beschadigd.

Nucleaire ramp

Ondanks die enorme menselijke schade, is het vooral de daaropvolgende nucleaire ramp, de grootste nucleaire ramp sinds Tsjernobyl, die wereldwijd de meeste aandacht krijgt. Want de vloedgolf blijkt ook de kerncentrale in Fukushima te hebben getroffen.

Vrijdag valt daardoor de koeling in een reactor van de centrale Fukushima 1 uit. De regering kondigt de noodtoestand af en dezelfde avond nog krijgen de eerste 2.000 omwonenden rond de kerncentrale het bevel om hun huis te verlaten. Zaterdagmorgen raakt bekend dat de radioactiviteitsgraad in de centrale Fukushima 1 duizend keer hoger ligt dan normaal.

Nog zaterdagochtend wordt meegedeeld dat ook in reactor 2 het koelsysteem beschadigd is. De veiligheidszone wordt daarop uitgebreid tot tien kilometer en 45.000 mensen worden geëvacueerd. Zaterdagavond wordt de zone zelfs nog verder uitgebreid tot 20 kilometer, waardoor een 200.000-tal mensen betrokken zijn.

Zondag valt dan ook in reactor 3 de koeling uit. Ook het gebouw van reactor 4 wordt zwaar beschadigd.

Maandagavond meldt de regering dat er een risico op meltdown dreigt in de reactoren 1, 2 en 3. Na het uitvallen van het koelingsysteem dreigen de brandstofstaven in de reactorkernen namelijk oververhit te raken. Tokyo Electric Power Company (Tepco), de operator van de centrale, probeert daarop met man en macht de meltdown te voorkomen: er wordt getracht de temperatuur onder controle gehouden door water in de reactoren te pompen.

Meltdown

Later zal evenwel blijken dat zich enkele uren na de aardbeving al een meltdown had voorgedaan in de drie reactoren.

Het injecteren van water veroorzaakt daarna weer nieuwe problemen, want de operator ziet zich regelmatig met lekken geconfronteerd. Ook vandaag heeft Tepco nog altijd geen oplossing voor het weglekkende radioactieve koelwater. In totaal zou daardoor al meer dan 10.000 ton radioactief water naar de zee zijn gevloeid.

Sinds november 2013 is Tepco wel begonnen met het opruimen van de splijtstofstaven, die net als het weglekkende water de omgeving van de kerncentrale bedreigen. Verwacht wordt dat het opruimen van die staven nog een jaar lang zal duren. Deze procedure wordt als de eerste grote stap voor de ontmanteling van de kerncentrale gezien. Die volledige ontmanteling zou volgens Tepco dertig tot veertig jaar in beslag kunnen nemen.