Tchau do Brasil: hartjes voor São Paulo
Skyline van São Paulo Foto: ss
Kim De Craene-Bombonati werd verliefd op een Braziliaan, trouwde met hem en schippert daardoor al twee jaar tussen Antwerpen en het goed 9.700 kilometer verder gelegen Braziliaanse São Paulo. Een stad waar de Belgen binnen drie maand aan zet zijn met hun voetbalkunsten, maar Kim neemt ons nu al mee in de lifestylewereld van Brazilië. Eerst, een voorstelling van haar nieuwe thuis.

Ik heb bezoek uit België. Dat betekent mijn beste beentje voorzetten om mijn nieuwe thuisbasis te laten zien. De meeste toeristen slaan São Paulo over, wegens de slechte reputatie. Vaak gebruikte woorden om de metropool te omschrijven zijn groot, grijs en gevaarlijk.

Mijn echtgenoot - geboren en getogen in de stad - vindt het allemaal flauwekul. Zijn grootste angst is dat ik omver gereden wordt door een wilde chauffeur, niet dat ik een pistool tegen mijn hoofd krijg. (Brazilianen rijden als gekken, maar daarover later meer.)

Vriendin N., stewardess bij KLM, heeft een vijfdaagse rustperiode in de stad, tussen twee vluchten. Ze vertelt me dat er wachtlijsten zijn voor werkvluchten naar Rio. Een trip naar São Paulo daarentegen beschouwt het vliegend personeel haast als een straf. Voor het opstijgen krijgt de crew een briefing die wijst op de gevaren van de stad. Een lange lijst, met als besluit: verlaat zo weinig mogelijk het hotel. En als je toch buitenkomt, blijf dan in de buurt van je hotel. 

Gelukkig is N. een vrouw van de wereld die zich niets aantrekt van de instructies van haar overbezorgde werkgever. Haar - mannelijke - collega-steward F. neemt de waarschuwingen wel serieus. Liefst van al zou hij er vijf dagen op uit trekken, naar het kleurrijke Salvador of de watervallen van Iguaçu. Naar gelijk waar, als het maar ver weg is van de betonnen monsterstad.

Jammergenoeg zitten alle vluchten en bussen vol, wegens een feestdag, lang weekend en bijhorende volksverhuizing. Dus zit F. gevangen in de lelijke, gevaarlijke grootstad en durft hij amper zijn hotelkamer uit. Toegegeven, São Paulo kan best intimiderend zijn. De stad ziet er inderdaad grauw uit en het gaat er vaak chaotisch aan toe. Maar je vijf dagen depressief, ongelukkig en angstig opsluiten in je hotel? Nergens voor nodig. 

N. en ik lokken F. na dag drie uit zijn kamer en nemen hem mee naar de zaterdagse rommelmarkt in Pinheiros. F. kan zijn ogen niet geloven. "Wat een gezellig pleintje! En wat een meevaller: de taxichauffeur heeft ons niet te veel aangerekend. En hé, ik kan mijn iPhone uithalen om een fotootje te nemen en hij wordt niet eens uit mijn handen gerukt."

Onze missie is geslaagd: een bange toerist laten inzien dat São Paulo best meevalt. (Ik betwijfel of F. ooit nog eens terugkomt, maar goed.)

Aanvankelijk was ik ook geen fan van São Paulo. Waarom moest ik verliefd worden op een Paulistano en niet op een Carioca uit Rio? Dan kon ik iedere dag al dansend naar het strand in plaats verloren te lopen tussen de duizenden wolkenkrabbers. Maar alles went, ook de chaos van de stad. São Paulo vraagt durf, inzet en een open geest. En een beetje tijd: na enkele dagen besef je dat een betonnen stad ook zijn charme heeft.