De familienaam wordt weer een toenaam
Een theatervoorstelling van ‘Der kaukasische Kreisekreid’, door de New Yorkse Pipeline Theatre Company. Foto: Ahron Foster

Bepaald progressief vindt Frans Debrabandere de nakende wetswijziging rond het naamrecht niet. Want als de familienaam elke generatie kan wisselen, beantwoordt hij niet langer aan zijn functie van identificatiemiddel, en krijgen we een kluwen dat we na Napoleon niet meer gezien hebben.

Wie? Naamkundige.

Wat? Alleen de familienaam van de moeder aan het kind geven is ook discriminerend voor ­mannen. Het argument dat alleen de moeder 100 procent zeker een biologische band heeft, snijdt overigens geen hout.

De kamercommissie Justitie heeft het voorstel aangenomen dat kinderen voortaan een dubbele achternaam kunnen krijgen, die van de vader gevolgd door die van de moeder. Dat systeem bestaat al in Spanje. Ik ben er geen voorstander van, maar je kunt er ook geen echte bezwaren tegen hebben. Zolang de naam van de vader de eerste naam in de nieuwe naam blijft, vervaagt de afstammingslijn niet. Een lange achternaam is wel minder praktisch, maar je kunt de verzuchting begrijpen van de moeder, die er de voorkeur aan geeft dat de familienaam van haar kinderen ook aan de moeder herinnert. Terloops: merkwaardig toch, net nu zoveel huwelijken op de klippen lopen, zouden kinderen opgezadeld worden met een dubbele naam, die ze levenslang op tweevoudige wijze aan het mislukte huwelijk van de ouders herinnert. Merkwaardig ook dat het voorstel komt in een tijd van een toenemend aantal bommoeders en eenoudergezinnen.

Maar de deur zou ook worden opengezet voor andere mogelijkheden. De volgorde zou ook andersom kunnen: de naam van de moeder gevolgd door die van de vader. Het zou ook mogelijk zijn om de kinderen alleen de familienaam van de moeder te geven. En daar kan ik het niet eens mee zijn. In zo’n geval zou het mogelijk worden dat drie opeenvolgende generaties een andere achternaam dragen. Denk dan alleen nog maar aan de ellende voor de genealoog, die puzzels zal moeten oplossen.

Gerard Willemszoon

De parlementsleden hebben hier ondeskundig en onnadenkend gehandeld. Ze hebben onvoldoende nagedacht over de functie van de achternaam. Waarom zijn achternamen of toenamen ontstaan? Om de persoon duidelijk te identificeren. In de vroege middeleeuwen hadden onze voorouders slechts één naam, zoals Gerard, maar omdat het kon voorkomen dat binnen eenzelfde gemeenschap meerdere mannen Gerard heetten, was het nodig te preciseren. Ze noemden hem daarom Gerard Willemszoon, of later Gerard de Bakker, of Gerard de Witte of Gerard van Antwerpen. Iedereen kreeg een toenaam, zodat hij duidelijk geïdentificeerd kon worden. De achternaam was en is een identificatiemiddel. In de loop van de 13de-14de eeuw is die toenaam erfelijk geworden en zo is de familienaam ontstaan, een erfelijke achternaam dus. Maar de naamvorm is lange tijd veranderlijk geweest. Pas in de Franse tijd werd de Burgerlijke Stand opgericht en moest elke burger zijn naam laten registreren, waarna die naam niet meer anders mocht worden gespeld. Dat systeem heeft al eeuwen zijn deugdelijkheid bewezen. Als de achternaam elke generatie kan wisselen, is hij weer gewoon toenaam en niet langer familienaam. De achternaam beantwoordt dan niet langer aan zijn functie, namelijk de identificatie van de naamdrager.

Het zou zelfs mogelijk worden om alleen de familienaam van de moeder aan het kind te geven, dat is eigenlijk de naam van de grootvader van moeders kant. De bedoeling zou zijn om de discriminatie van de moeder, van de vrouw tegen te gaan. Wordt de vader in dat geval niet gediscrimineerd? Dan wordt telkens het schijnbaar zware argument ingeroepen, dat we alleen zeker zijn van de ‘biologische’ moeder. Dat snijdt geen hout. De familienaam is een maatschappelijk gegeven, geen biologisch bewijs. Niet belangrijk is wie de biologische vader is van de ‘bastaard’, maar wie in werkelijkheid het vaderschap op zich heeft genomen en voor het kind zijn vaderlijke plichten vervult. En dat is veel belangrijker dan de copulatie. Ik denk aan Der kaukasische Kreidekreis van Bertolt Brecht. Daar kent de rechter het kind niet toe aan de biologische moeder, die het kind verlaten had, maar aan de vrouw die met menselijkheid het kind verzorgd en opgevoed heeft. De rechter – en bijgevolg Brecht – vindt het humane gedrag veel belangrijker dan de bloedverwantschap. Mutatis mutandis kunnen we zeggen dat de huisvader belangrijker is dan de – misschien onbekende – biologische vader. Dat de biologische moeder met zekerheid bekend is en de vader niet, kan geen zwaarwegend argument zijn om de traditionele familienaamgeving te wijzigen.

Administratieve vereenvoudiging?

Als de wet gewijzigd wordt, dan kan dat alleen in die zin dat wel de twee achternamen gegeven kunnen worden, maar telkens in dezelfde volgorde: vader – moeder. Anders ontstaat de grootste chaos, waardoor de filiatie van de familieleden en de generaties ondoorzichtig en onontwarbaar wordt. Het wetsvoorstel is niet progressief, het keert net terug naar de tijden toen de naamgeving wisselvallig was. Het voorstel brengt geen (administratieve) vereenvoudiging, het compliceert.