Een kwart miljoen Vlamingen blijft buiten het bereik van spoedhulp van een arts of een gespecialiseerde verpleegkundige. Spoedarts Jan Stroobants wijst in een reactie op het belang van de omstanders bij dringende hulpverlening.

In acht dichtbevolkte gebieden van Vlaanderen geraken de medische teams, in aparte wagens, bij een noodoproep er slechts in minder dan 90 procent van de gevallen voldoende snel – binnen het kwartier.

Dat blijkt uit gegevens van de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen (NRZV), een onderdeel van de federale overheidsdienst Volksgezondheid, en de vakgroep Geografie van de Universiteit Gent.

In Vlaanderen zijn de gebieden rond Diksmuide, Aalter-Beernem, Assenede-Zelzate, Beveren, Heist-op-den-Berg, Aarschot, Leopoldsburg en Lanaken het meest kwetsbaar, zegt Frank Lippens, directeur van het Sint-Vincentiusziekenhuis in Deinze en voorzitter van de werkgroep van het NRZV.

Omdat ons land met een nijpend tekort aan urgentieartsen kampt, ligt het niet voor de hand om nieuwe mobiele teams op te richten die geleid worden door spoedartsen (de medische urgentiegroepen of mugs). 

'Omstanders moeten verantwoordelijkheid nemen'

Jan Stroobants, voorzitter van de Belgische Vereniging van Spoedartsen, is naar eigen zeggen niet geschrokken door de cijfers. 'Je kan niet achter elke voordeur een gespecialiseerde verpleegkundige of MUG-arts plaatsen', reageert hij in De Ochtend op Radio 1.

De kern van de zaak is dat mensen gered moeten worden, zegt hij. 'Het meest fundamentele is dat omstanders hun verantwoordelijkheid nemen. Hoe sneller ze de juiste dingen doen, hoe meer de kans op overleving stijgt.' Volgens hem is dat momenteel het zwakste punt van de dringende hulpverlening.