Hoe je een ‘hoer’ wordt door een poetsschort aan te trekken
‘Waarom kijkt niemand voorbij de schort?’. Foto: Bram Petraeus

Een week lang heeft Hanne Reumers het beroep van poetsvrouw uitgeoefend. Van het stigma dat aan een poetsschort kleeft, is ze toch geschrokken. Waar is het fatsoen?

De plek waar ik deze week een job heb uitgeprobeerd is mij heel bekend: de school. Al ben ik deze week geen leerling, maar poetsvrouw.

Wanneer ik de school binnenkom, ga ik meteen op in de leerlingenmassa die door de gangen stroomt. Ik lijk gewoon de studente Hanna, met sneakers, skinny jeans en een pull met het opschrift Seattle. Een halfuur later ben ik Hanne de poetsvrouw, en dan verandert de wereld.

De gangen waar ik net doorheen ben gelopen, moet ik nu gaan schoonmaken. De lessen zijn bezig, dus het is er lekker rustig. Ik ben goed op dreef als om tien over tien de bel gaat. Speeltijd. Ik sta wat ongemakkelijk met mijn poetskar in het midden van de gang. Het lijkt wel of ik onzichtbaar ben. De leerlingen lopen achteloos langs me heen en lopen knal door de hoopjes vuil die ik netjes bijeen had geveegd. Een paar leerlingen beginnen me uit te schelden voor ‘domme gans’ en ‘hoer’. Ik sta aan de grond genageld en weet niet waar kruipen. Ligt het aan mij? Ik durf hen niet aan te kijken of er iets van te zeggen. Ik voel me gekrenkt. Maar hoe langer ik het drietal hoor schelden, hoe meer ik besef: het is die poetsschort. Blijkbaar is mijn ‘uniform’ voor deze gasten die maar twee jaar jonger zijn dan ik, een uitnodiging om me ongestraft uit te kafferen. Omdat het kan?

Wanneer ik na mijn werkdag de school weer gewoon als Hanne buitenstap, met sneakers, jeans en hoodie, heb ik zin om keihard te roepen dat ik hetzelfde meisje ben als enkele uren voordien. Dat ik alleen maar een andere outfit aanhad. Dat ik die ‘domme gans’ was die hen met een poetskar achternaliep om hún zand- en moddersporen bijeen te vegen. Dat ze lompe boeren zijn om mensen zomaar uit te schelden. Dat ze voorbij mijn schort moeten kijken, en wat ze ervan zouden vinden als hun moeder voor ‘hoer’ zou worden uitgescholden door tieners. Of hun zus of broer.

In de kranten en op tv gaat het nu al een hele week over pesten en hoe we dat het best kunnen aanpakken. Maar misschien is er meer aan de hand. We zijn zo hard voor elkaar. En als we het zien gebeuren, kijken we naar onze tenen. Uit schrik om zelf slachtoffer te worden. Is het zo erg met ons gesteld? Misschien is het maar een minderheid die begint te schelden, maar wie zegt er iets van? Mijn ervaringen van deze week blijven aan mij plakken. Waar is het fatsoen, verdorie? Respect, lieve mensen, is een verdomd schone deugd. Niks oubollige moraal.

Knikje

Is het zo moeilijk om eerbiedig met elkaar om te gaan of elkaar een knikje en een zachte glimlach te gunnen? De mensen op straat, je leraren, ja, zelfs – stel je voor – de poetsvrouw. Wanneer heb jij voor de laatste keer vriendelijk geknikt naar de poetsvrouw op je school, op je werk?

 

Hanne Reumers test voor het projecty 'Roadies' (Klasse, VDAB) een jaar lang elke week een andere job, om zo leeftijdsgenoten te helpen bij hun studie- en beroepskeuze.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig