Wees ambitieus, neem niet op
Altijd en overal bereikbaar zijn: soms een vloek, maar ook een zegen. Foto: Roel Burgler

Dat werkgevers zoals BMW of Volkswagen zich bewust zijn van de gevaren van altijd maar bereikbaar zijn is één ding, maar Sarah Vankersschaever vindt dat we zelf ook verantwoordelijkheid dragen. Als ontvanger van werkmails en -telefoons, maar ook als zender ervan.

Wie? Redactrice bij deze krant.

Wat? Het zijn vaak werkomgevingen met hoogopgeleide collega’s en begripvolle bazen waar de verwachtingen rond bereikbaarheid het hoogst zijn. Dat zegt toch ook iets over wat we onszelf opleggen?

Ongeveer een jaar geleden werd ik door psycholoog en auteur Paul Verhaeghe op de vingers getikt. Ik had hem de avond voordien rond middernacht gemaild. En dat vond hij niet gezond. Ik stelde hem gerust: ik was niet tot laatavondwerk gedwongen en had zelf geen probleem met het tijdstip omdat die bereikbaarheid voor mij gewoon een neveneffect van mijn ambities was.

‘Fout’, mailde Verhaeghe terug, ‘ambitie kun je ook tonen tussen negen uur ’s ochtends en vijf uur ’s avonds. Ik heb te vaak mensen zien kraken onder het mom van een verkeerde definitie van ambitie’.

Die tik op de vingers ben ik nooit vergeten: het is niet omdat je een poging doet om je werk te bundelen binnen een bepaalde periode van de dag, dat je minder ambitieus bent of je werk minder goed doet. Sindsdien ben ik me bewuster van de druk die ik mezelf opleg en van de opvattingen die ik heb over ‘goed werken’. Want ambitie is ook: erover waken dat je een leven lang ambitieus blijft.

Ergens tussen alles en niets

Johan Braeckman, hoogleraar wijsbegeerte (UGent), schreef in De Tijd dat hij zich een jaar terugtrekt uit het publieke en academische leven: een jaar verlof zonder wedde en hoogstens een keer per week de e-mails controleren. Het is een mooie en doordachte keuze, maar wel een die we ons niet allemaal kunnen of willen veroorloven. Gelukkig hoeft het niet zo drastisch: tussen alles en niets zit verrassend veel.

Bereikbaarheid wordt een last als we de indruk krijgen altíjd bereikbaar te moeten zijn. Wat Braeckman (en iedereen die worstelt met bereikbaarheid) in essentie zoekt, is stilte en concentratie om die ‘altijd’ te doorbreken. Iets wat ook kan zonder een jaar verlof zonder wedde. Want wat houdt ons tegen om iets assertiever te worden en die stilte te vragen? Of om per week een paar uur af te bakenen waarin je ongestoord en geconcentreerd een taak kunt afwerken?

Die efficiëntiewinst zou ons en ons werk niet alleen overdag deugd doen, het zou ons ’s avonds een paar uur ‘bereikbaarheid’ besparen. De enige persoon die nu nog roet in het eten kan gooien, is een werkgever die daar geen begrip voor kan opbrengen. Ik zou zeggen: bel er hem een paar keer over, bij voorkeur ergens na 23 uur of voor 6 uur.

Hoffelijkheid

Het probleem met bereikbaarheid is dat er geen gezonde afspraken rond bestaan, waardoor er zomaar in de persoonlijke ruimte kan worden ingebroken. Gek dat er nog geen algemene etiquette rond bereikbaarheid bestaat – wel rond sociale media, maar niet rond hoe we ons als beller of mailer het best gedragen.

De enige ongeschreven regels die er lijken te zijn, is dat we als flauw bestempeld worden als we aangeven dat we niet gestoord willen worden na acht uur ’s avonds. Dat we niet assertief genoeg zijn om die cirkel te doorbreken, is tekenend voor een tijdgeest waarin we bereikbaarheid aangrijpen om elkaar te beconcurreren: de laatste mailer wint immers aan respect. (Ik geef het toe, ik voelde me ook even stoer toen ik Paul Verhaeghe om halftwaalf ’s nachts mailde.)

Het zegt veel over wat we onszelf opleggen: het is niet toevallig in werkomgevingen met vaak hoogopgeleide collega’s en begripvolle bazen dat de verwachtingen rond bereikbaarheid het hoogst zijn. Misschien moeten we dus maar zelf die vicieuze cirkel doorbreken.

Want, met een wollig cliché, de wereld verbeteren begint bij jezelf. Een voorbeeld. Als journalist moet ik vaak rondbellen in weekends of op weinig heilige uren. Ik stuur daarom op zo’n moment een sms met de vraag of ik mag bellen. Geen antwoord? Dan bel ik niet. Liever morgen? Dan is het te laat voor de krant, maar geen probleem, we lossen het wel op.

Zo kun je bereikbaarheid menselijk en vooral leefbaar houden. Want bereikbaarheid is ook en vooral een zegen. Laten we dat in deze discussie alstublieft niet vergeten.