Wanneer stigmatiseer je met een foto?

Als je een foto van een zwarte kok bij een artikel over voedselhygiëne zet, voed je dan een vooroordeel? Tom Naegels aarzelt, maar raadt aan zeer terughoudend te zijn met herkenbare beelden van minderheden.

Een artikel over familiaal geweld in het algemeen illustreren met een foto van een gesluierde vrouw, of een over vuile restaurants met een beeld van een zwarte kok in een Caraïbisch restaurant – is dat stigmatiserend?

Beide gebeurden afgelopen week. Vorige donderdag zette de papieren krant op haar voorpagina: ‘Zelden straf na familiaal geweld’, waaruit bleek dat 77 procent van de pv’s over intrafamiliaal geweld wordt geseponeerd (DS 13 februari) . Op pagina 10 werd dat verder uitgewerkt. Beide artikels werden geïllustreerd met ‘neutrale’ beelden: een tekening op de voorpagina, binnenin een beeld uit een bekroonde reeks van een Amerikaanse fotografe, helder geduid in het onderschrift.

De Standaard Online echter, dat die ochtend een samenvatting van het nieuws op de homepage zette, koos voor een ander beeld: dat van een vrouw onder aan een trap, in hijab en djellaba. Vier lezers reageerden daar verontwaardigd op: ‘Waarom associëren jullie familiaal geweld met moslims, als daar in het artikel geen sprake van is?’ Na de klachten (ook van mij) werd de foto vervangen door een tekening van een mannelijk silhouet dat een vrouwelijk silhouet slaat. Geen van beide silhouetten kan door familie of vrienden, noch door andere silhouetten worden herkend.

De volgende dag ontving de krant twee gelijkaardige klachten, nu over ‘Vuile restaurants weldra ontmaskerd’ (DS 14 februari) . Dat meldde dat het voedselagentschap zijn inspectieverslagen binnenkort online zal zetten. In het artikel wordt niet gespecifieerd welke types horecazaken het beter of slechter doen dan andere. De begeleidende foto’s tonen evenwel een man met een donkere huidskleur, aan de slag in een klein keukentje; ik zie ook gerechten die er voor mij (maar ik ben geen foodie) ‘oosters’ en ‘Afrikaans’ uit zien. De lezers: ‘Jullie associëren vuile restaurants met exotische keuken, terwijl daar in het stuk niets over gezegd wordt.’

Wat is hier gebeurd?

De foto van de moslima bleek wel degelijk in het foto-archief te zitten onder de tag ‘partnergeweld’. Om die reden had de redacteur ervoor gekozen – hij had er niet bij stilgestaan dat het beeld ook extra betekenissen zou oproepen. Het gaat om een beeld uit 2008, dat voor het eerst gebruikt werd bij het artikel ‘Kinderen lijden onder partnergeweld’ (DS 8 maart 2008) , gemaakt naar aanleiding van een persconferentie van het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk over het thema. Als ik de begeleidende tekst in het archief goed begrijp, is de vrouw door het Steunpunt zelf voorgesteld als slachtoffer. Maar dat weet een lezer in 2014 natuurlijk niet. Er stond ook geen uitleg in het onderschrift. Waardoor ze enkel ‘een moslima’ werd. Vergissing.

Ruis

‘Die kok vind ik toch een ander verhaal’, zegt Jan Desloover, chef Beeld van De Standaard. ‘Mogelijk schat ik het verkeerd in, maar bij het zien van de foto van de gesluierde vrouw ervaar ik zelf veel meer “ruis”: hij roept beladen discussies op die met het onderwerp van het artikel niets te maken hebben. Bij de Caraïbische kok is mijn aanvoelen – ik kan me vergissen – dat het cliché “zwarten zijn vuil” of “exotische restaurants zijn onhygiënisch” minder nadrukkelijk leeft dan “moslims slaan hun vrouw”. Het was een associatie die ik niet spontaan maakte bij het zien van de foto; het is pas door de opmerking van de lezer dat ik met díé blik naar het beeld ben gaan kijken. Maar dan vraag ik me toch af: houdt de grote gevoeligheid in dezen eigenlijk wel nog steek? Er werken zo veel niet-blanken in de horeca, en zoveel zaken serveren een niet-Vlaamse keuken. Is het dan niet krampachtig om per se voor een blanke kok te kiezen? Is een niet-blanke ondertussen niet even “gewoon” en dus “neutraal”, een symbool voor ons allemaal of alle koks, en niet specifiek voor zwarte koks of allochtonen?’

Het is dé hamvraag in alle discussies over dit onderwerp. Een beeld (of een titel, of een onderwerpskeuze) is stigmatiserend als het aansluit bij een breed gedeeld vilein cliché over een bevolkingsgroep. Als een artikel in de Franstalige pers over racisme in het algemeen wordt geïllustreerd met een foto van een herkenbare Vlaming, dan zal ik dat stigmatiserend vinden – omdat ik weet dat er een vilein cliché leeft in Wallonië dat zegt dat Vlamingen racistisch zijn. Dezelfde foto bij een artikel over vuile restaurants zal me minder snel storen – Vlamingen staan bij mijn weten niet bekend als onhygiënische restaurateurs. Maar hoe schat je in of een stereotype ‘breed gedragen’ is? Veralgemeningen worden zelden geëxpliciteerd; en iedereen heeft zijn eigen gevoeligheden. Een foto van een herkenbare jood bij een artikel over financieel gesjoemel zou ik antisemitisch vinden lijken, en dus afkeuren – maar tegelijk heb ik al aan een joodse lezer laten weten dat er volgens mij niets mis was met een kortje waarin over een overvaller werd gezegd dat hij een chassidische jood was, omdat ik dat gewoon als een opvallend, net onverwacht detail ervaar – alsof de overval door een non zou zijn gepleegd. Maar waarop baseer ik me om dat oordeel te vellen? Waarom zou mijn buikgevoel beter zijn dan dat van iemand anders?

Zelf zou ik als grondhouding adviseren om zéér terughoudend te zijn met beelden van herkenbare minderheden. Zelfs als het gaat over groepen waar niet zo’n heftig politiek debat over wordt gevoerd, zoals Afrikanen. De samenleving mag dan superdivers zijn, een krant wordt nog steeds gezien (en niet zonder reden) als de spreekbuis van de autochtone middenklasse. En dan wordt zo’n fotokeuze toch al snel ervaren als een commentaar van die meerderheid op de minderheid. Al ben ik me sterk bewust van de enorme grijze zones die deze stelling oproept. Op mijn blog werk ik het onderwerp daarom verder uit – ik nodig u uit om daar met mij verder van gedachten te wisselen.

Hier eindigt het artikel zoals dat in de papieren krant van 19 februari 2014 verscheen.

Aanvulling, 19 februari 2014

Oef. Nu zijn we onder ons.

Waar ik mee worstel, en waar ik hoop dat de lezers van De Standaard me bij kunnen helpen, is het volgende. Als ombudsman tracht ik me niet te laten leiden door mijn persoonlijke overtuigingen. Ik probeer om telkens een min of meer 'objectiveerbare' redenering te zoeken om mijn oordelen op te baseren.

Bij 'stigmatisering' is dat moeilijk. Omdat het zo'n politiek geladen onderwerp is. En omdat de twee dominante politieke Vlaamse subculturen de minderheden vrij eerlijk onder elkaar verdeeld hebben. (Zoals ze ook 'de klimaatverandering' en 'de Vlaamse kwestie' onder elkaar verdeeld hebben.) Autochtone Vlamingen die zich bekennen tot de 'rechtse' subcultuur, trekken het zich bijvoorbeeld erg aan dat katholieken systematisch geassocieerd worden met seksueel misbruik van minderjarigen, of joden met de politiek van Israel. 'De overgrote meerderheid van die mensen heeft daar toch niets mee te maken?' De klacht van moslims of zwarten dat ze systematisch geassocieerd worden met agressie, geweld, asociaal gedrag en anti-liberale seksuele waarden, vinden leden van dié autochtone Vlaamse subcultuur doorgaans minder terecht. 'Het is toch gewoon zo, dat die opvattingen en gedragingen bij die groepen vaak voorkomen? Waarom dat niet eerlijk zeggen?'

Onder autochtone Vlamingen die zich identificeren met de 'linkse' subcultuur, speelt de omgekeerde redenering. 'Het is toch gewoon zo dat priesters vaak in opspraak zijn gekomen met seksueel misbruik? Waarom zou ik dat dan niet mogen zeggen?'

En Vlamingen die zélf katholiek, jood, moslim of zwart zijn (of in combinatie), kijken er nog weer anders tegenaan.

'De mainstream media' worden er door al deze groepen van beschuldigd dat ze 'bestaande stereotypes' over religieuze of culturele minderheden versterken, in stand houden, volgens sommige critici zelfs actief aanwakkeren – ongetwijfeld omdat ze daar financieel belang bij zouden hebben. (Politieke activisten zijn merkwaardig gevoelig voor de lokroep van het geld - bij hun tegenstanders.) Het is een hypothese die het natuurlijk goed doet binnen de eigen subcultuur - maar hoe moet een ombudsman daarmee omgaan? We hebben het over één foto, waar één persoon op wordt getoond, en waar vervolgens van wordt beweerd dat die persoon impliciet symbool staat voor alle andere leden van dezelfde gemeenschap. Maar de krant zegt dat niet. Desgevraagd ontkent ze het. Hoe weet je dan dat ze liegt? Misschien is het iets dat alleen politieke activisten opmerken, omdat zij nu eenmaal geprimed zijn om zulke zaken te zien.

Vaststelling één: die veronderstelde stigmatisering grijpt niet altijd plaats. Had er een foto gestaan van een blanke vrouw, slachtoffer van partnergeweld, dan had niemand gezegd: ‘De Standaard beweert dat partnergeweld vooral voorkomt bij blanken.’ (Omdat blank de norm is en dus altijd neutraal – oké.)

Vaststelling twee. Het gebeurt ook niet voor alle groepsidentiteiten. De tekening van de twee silhouetten, die ‘partnergeweld’ moesten illustreren op de voorpagina van de krant van vorige donderdag, toonde duidelijk een man, die een vrouw afroste. Niemand zei: ‘Dit is stigmatiserend voor mannen.’

En vaststelling drie: het gebeurt ook niet bij alle onderwerpen. Ik gaf al het voorbeeld van de 'herkenbare Vlaming' (hoe zou die er dan moeten uitzien? Hm. Misschien met een Nederlandstalig opschrift op zijn t-shirt?) die zou kunnen worden getoond, in een fictief Franstalig medium, bij een artikel over onhygiënische restaurants - geen probleem. Zelfde hypothetische voorbeeld: had er een foto gestaan van een gesluierde vrouw bij een artikel over fiscale fraude, dan was het al veel moeilijker geweest om te zeggen: ‘De Standaard wekt de indruk dat fiscale fraude vooral bij moslims voorkomt.’ Omdat er geen villein cliché bestaat over moslims, dat zegt dat ze sjoemelen met geld. (Maar over een herkenbare jood dus wel. Een joodse vrouw op de foto bij een artikel over partnergeweld daarentegen zou dan weer weliswaar raar geweest zijn, maar niet per se stigmatiserend.)

Ziedaar de paradox: je moet de bestaande clichés in stand houden om ertegen te vechten. Om te beweren dat het een schande is dat joden geassocieerd worden met oplichterij, moet je volhouden dat ze daar inderdaad mee worden geassocieerd. Wie oprecht gelooft dat exotische restaurants niet geassocieerd worden met eten waar je diarree van krijgt – hoe kom je erbij, wat voor een racistische gedachte is me dat nou? – kan perfect een foto van een zwarte kok tonen. Die is dan even neutraal als een foto van een blanke kok.

Laat me een ander voorbeeld aanhalen, om het probleem nog duidelijker te schetsen. De Nederlandse editie van het gratis krantje Metro opende onlangs, op haar voorpagina dus, met het verhaal van de Marokkaanse vrouw die een wijnbar geopend had - een van de verhalen waar Nederland zich de afgelopen weken over opgewonden had. De vrouw had honderden boze, zelfs dreigende mails gehad, en Metro zette als titel: 'Moslims willen vrouw dood na start wijnbar.'

Veel, ja, 'moslims' dan maar, vonden dat een stigmatiserende titel, omdat het de indruk wekte dat alle moslims de vrouw dood wilden. Dat was natuurlijk niet zo.

Ik snap die verontwaardiging. Om opnieuw mijn hypothetische voorbeeld van het artikel over racisme in de Franstalig Belgische pers te nemen: stel dat er een Franstalige enkele honderden razende mails had gekregen uit Vlaanderen, u mag zelf een reden verzinnen waarom, dan zou ik er ook bezwaar tegen maken mocht een Franstalig medium op de voorpagina titelen: 'Vlamingen willen vrouw dood.'

Anderzijds is het gebruikelijk dat een titel een ingekorte versie is van de hele boodschap. En dan is het de vraag: een inkorting waarvan? 'Moslims willen vrouw dood' kan de ingekorte versie zijn van 'Alle moslims willen...' maar ook van 'Er zijn moslims die vrouw dood willen na start wijnbar.'

(Ziet u het verband met de foto's? Ga je van één naar alle? Of van één naar sommige? En hoe weet je, als lezer, wat bedoeld is?)

Als ik willekeurig een beetje zoek in het archief van De Standaard, dan bots ik op titels als 'Fransen demonstreerden de jongste weken tegen het 'familie'-beleid.' (Alle Fransen? Nee natuurlijk niet: er zijn Fransen die..., en ze zijn met genoeg om daar nieuws van te maken.) Of: 'Zwitsers keren zich af van Europa.' (Alle Zwitsers? nee hoor, slechts de helft van de helft die aan het referendum heeft deelgenomen.)

Ik vind ook koppen of inleidingen met 'Vlaming begrijpt GAS-boetes niet', 'Blanke Vlaming wil blanke buur', 'Vlamingen schamen zich voor hun psychische problemen', 'Nederlanders lopen storm op Belgisch bier', 'Rijken maken hun speeltje kapot', 'Tientallen gewonden na mars protestanten in Ierland' (zijn alle protestanten op straat gekomen?), en kijk: 'Grieken viseren migranten' (alle Grieken? Alle migranten? Of genoeg van beide om een nieuwsverhaal uit te halen?)

Je kan ook argumenteren dat het moslim-zijn van de bedreigers (en de Marokkaanse eigenares van de wijnbar) relevant is, omdat ze zich nu eenmaal beroepen op hun religieuze identiteit (en de hare, of toch haar veronderstelde) om haar te bedreigen. (Dat wordt onder meer betoogd in dit stuk uit De Volkskrant.)

Dus is die titel echt stigmatiserend?

Ja, lees ik bij critici, want in een opvolgingsstuk over een gelijkaardige kwestie titelde datzelfde Metro: 'Lijsttrekker moslimpartij Nida is mikpunt bedreigers.' Aha, veerden velen op, onder wie Nourdin El Ouali, de lijsttrekker uit de titel: 'Het gaat niet zo zeer om de bedreigingen in dit geval, het gaat om de manier waarop deze in de media neergezet worden... De krant (gaat) de bedreigingen aan mijn adres nu ook niet koppen: "Hollanders willen lijsttrekker moslimpartij dood".'

Nee, denk ik dan, maar die vergelijking klopt dan ook niet. 'Hollanders' is geen onderscheidende categorie in een land van Hollanders. Een krant in een moslimland zou ook nooit gekopt hebben: 'Moslims willen vrouw dood na start wijnbar.' Iedereen is immers moslim. (De term 'Vlaming' of 'Vlamingen' duikt pas op in titels van Vlaamse kranten als het gaat om significante percentages, die de 50% bereiken of overstijgen.) El Ouali wordt bovendien niet bedreigd door Hollanders omdat ze zich gekrenkt voelen in hun Hollander-zijn. 'Radicale anti-moslims willen lijsttrekker dood' had eventueel wel gekund. 'Racisten willen...', 'Extremistische secularisten willen...', 'Aanhangers Geert Wilders willen...' Maar ook die benamingen hebben elk hun nadelen. En zouden aanleiding kunnen vormen tot beschuldigingen van stigmatisering.

Maar de andere vaststelling blijft ook: 'Vlamingen', in die fictieve titel in een fictieve Franstalige krant, zou ik wel degelijk kwetsend vinden. Zelfs als een Franstalige ombudsman me de hele bovenstaande uitleg uit de doeken had gedaan.

Dus blijf ik zoeken naar een degelijke leidraad, die het politieke overstijgt. Ik herinner me uit mijn studietijd dat taalkundigen, in het bijzonder pragmatici, allerlei theorieën hadden die verklaarden hoe mensen de zin 'De krant is al gebracht' in de juiste context konden begrijpen als 'Het moet na negen uur zijn.' Uiteindelijk hoop, ik, zonder veel hoop, op iets dergelijks. Dit is een oproep aan psychologen, sociologen en taalkundigen, en iedereen die me verder nog kan helpen, om een ideologisch-neutrale verklaring te geven waarom de ene foto, titel of andere redactionele keuze wél, en de andere niét als stigmatiserend voor een bepaalde bevolkingsgroep wordt gezien. En wanneer ik dat kan toeschrijven aan de toevallige gevoeligheid van die ene individuele lezer, en wanneer die lezer wel degelijk een onloochenbaar proces heeft benoemd.

Shoot.