Verschillende sporten beoefenen beter voor motoriek kinderen
Foto: Belga
Voetballen vanaf vijf jaar? Geen goed idee. Voor de ontwikkeling van de basismotoriek is het beter om een heel scala sporten te beoefenen, zoals in de omnisportclub gebeurt. Dat blijkt uit onderzoek van de UGent.

‘Op jonge leeftijd kiezen veel kinderen in ons land voor een sport die ze graag doen. Voetbal, tennis, basketbal. Maar voor de ontwikkeling van hun basismotoriek zou het beter zijn dat ze zich niet specialiseren, maar veel verschillende sporten beoefenen.’ Tot die conclusie komt bewegingswetenschapper Job Fransen in zijn doctoraat voor de UGent. Hij is ook de fysieke coach van het nationale vrouwenrugbyteam.

‘Door die vroege keuze krijgen kinderen een eng bewegingsrepertoire aangeleerd, waardoor het moeilijker wordt om succesvol de overstap te maken naar andere sporten.’

Volgens Fransen is het van cruciaal belang kinderen tussen hun zesde en twaalfde vaardigheden als klimmen, rollen, lopen en vangen aan te leren. Niet zozeer hoe ze een perfecte vrije trap moeten nemen. ‘Rond hun twaalfde kunnen ze zich nog altijd specialiseren.’

De bewegingswetenschapper vindt dat de Vlaamse overheid zogeheten omnisportclubs moet promoten. Die bieden verschillende sporten aan: eerst leren de kinderen vier weken voetballen, daarna volgt vier weken een initatie in het turnen enzovoort.