Waarom maakt Geens een bocht?
Minister van Financiën Koen Geens (CD&V). Foto: BELGA

Het kan verkeren. De ene dag verdedig je een onpopulair besluit in de Kamer, terwijl je een dag later datzelfde besluit weer in twijfel trekt. Het overkwam minister Koen Geens in het Dexia-dossier.

Waarover gaat het?

De restbank Dexia (waarvan ons land 50 procent bezit en Frankrijk 44 procent) besliste om drie nieuwe directieleden te benoemen en hen meteen ook een loonsverhoging van 30 procent te geven. Ze zouden voortaan 450.000 euro per jaar gaan verdienen.

Er kwam meteen kritiek op die loonsverhoging, maar minister van Financiën Koen Geens zag er geen graten in om het besluit te verdedigen in de Kamer. De kogel was immers door de kerk (ook al liet hij doorschemeren dat er nog aftoetswerk met zijn Franse collega Pierre Moscovici zou komen).

Wat als de wind in Frankrijk draait?

Ook in Frankrijk leeft het debat over (te) hoge bestuurslonen en de beslissing bij Dexia was meteen een doorn in het oog bij velen. Hoe kon het dat een restbank met nauwelijks 1.300 werknemers (drie jaar geleden nog 22.000) aan zijn directie dezelfde lonen uitbetaalt als grootbank Crédit Agricole? Onder meer de krant Journal de Dimanche trok van leer tegen de loonsverhoging van het trio ‘in ruil voor de eenvoudige gunst in het directiecomité te gaan zitten’.

En dus deed de Franse minister Moscovici de loonsverhoging vanmorgen in een radio-interview plots af als ‘niet logisch’. Hij vond dat Frankrijk en België zich moesten verzetten tegen de salarisverhoging. Meteen kwam Geens in een lastig parket. Als Frankrijk tegen de loonsverhoging was, waarom zou ons land die dan nog blijven verdedigen?

Waarom houdt Geens het been niet stijf?

In de Belgische regering voelden weinigen zich geroepen om de loonsopslag bij Dexia te gaan verdedigen. De socialisten waren - net als oppositiepartij Groen - tegen het idee gekant (‘Dit is er ver over’, zei SP.A-voozitter Bruno Tobback). Ook Open VLD zag er geen voordeel in om voor zo’n loonsverhoging te gaan vechten. Waar lag immers de politieke winst? 

Kortom, minister Geens stond plots alleen met zijn verdediging. En zijn hopeloze positie liet hem weinig keuze. Ofwel bleef hij nog een tijdje vastklampen aan de loonsverhoging, met het risico dat het dossier nog dagenlang in de media blijft hangen. Ofwel maakte hij meteen de bocht waardoor het Dexia-besluit over de loonsverhoging nu gemakkelijker teruggefloten kan worden. Geens beet door de zure appel en koos voor het laatste.