Koen Geens over Dexia: ‘Normale beloning noodzakelijk’
Foto: BELGA

In de Kamer heeft minister van Financiën Koen Geens (CD&V) de loonsverhoging verdedigd van drie directieleden van Dexia. De federale vertegenwoordigers hebben hun kritische rol gespeeld in het remuneratiecomité, zei hij.

Vanop zowat alle Kamerbanken kreeg de minister vragen over de omstreden loonsverhoging. ‘Waar is het ethisch besef gebleven’, klonk het meermaals. Verschillende parlementsleden - ook uit de meerderheid - vonden dat de regering dit niet kon toelaten. ‘Op welke planeet hebben die directieleden geleefd, hoe durven ze?’, zei Dirk Vander Maelen (SP.A).

Geens vroeg begrip voor de moeilijke situatie van de restbank en verzekerde dat de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) als vertegenwoordiger van ons land haar kritische rol ten volle speelde, onder meer door te wijzen op het ‘zeer gevoelige karakter’ van een loonsverhoging. België telt echter maar twee leden in de raad van bestuur.

Zelf kan Geens de beslissing alvast niet laten terugdraaien. Dat kan enkel de raad van bestuur. De staat kan als aandeelhouder wel het remuneratieverslag afkeuren op de jaarlijkse algemene vergadering, merkte hij op. België heeft 50,02 procent van de aandelen in handen.

Sowieso plant Geens nog overleg met zijn Franse evenknie Pierre Moscovici. Of hij van plan is zo nog te ijveren voor een intrekking van de loonsverhoging, wilde hij niet kwijt. De minister wil eerst van alle betrokkenen duidelijkheid. Voor een conclusie is het nog te vroeg, zo liet hij optekenen.

Geens vermoedt immers dat ook de banktop stevige argumenten heeft vóór de loonsverhoging. Het is immers niet makkelijk nog geschikte mensen te vinden en gemotiveerd te houden aan de top van Dexia, zei de minister. Heel wat getalenteerde mensen verlieten het schip al, terwijl een goede afbouw van de bad bank absoluut in het belang is van de overheidsfinanciën, besloot hij.