Crevits vindt belbus en taxi goed alternatief
Foto: jhp

Vlaams minister van Mobiliteit Hilde Crevits ziet wel wat in de alternatieven voor de bus, die De Lijn-topman Roger Kesteloot vandaag in De Standaard lanceert. Hij stelt 'een bus in alle uithoeken van het land' ter discussie. Letterlijk of figuurlijk bedoeld: N-VA vindt alleszins dat De Lijn de grenzen van het haalbare en betaalbare bereikt heeft. Voor Open VLD zijn de uitspraken van Kesteloot het bewijs dat het mobiliteitsbeleid faalt.

Kesteloot stelt maandag in een interview met De Standaard de basismobiliteit - die iedereen een halte en een aanbod op 750 meter van zijn woning garandeert, zoals decretaal is vastgelegd - ter discussie. Al zegt Kesteloot niet dat de buslijnen in dunbevolkt gebied zullen verdwijnen, wel dat het aanbod creatiever zal worden ingevuld.

'De opdracht is mensen vervoeren, niet bussen laten rijden', zegt Crevits aan de VRT. 'Er is de vorige jaren al gesnoeid in het aanbod. In Limburg worden er bijvoorbeeld al taxi's ingezet.' Ook een differentiëring van de tarieven (wat Kesteloot in een interview met De Standaard voorstelt, red.) vindt Crevits een interessant idee. 

'In vergelijking met vorige regeerperiodes werd tijdens deze legislatuur het meeste aantal nieuwe tramlijnen aangelegd en zijn de grootste bus- en trambestellingen geplaatst', brengt ze in herinnering.

'Voor de komende jaren zijn heel wat nieuwe tramprojecten in volle voorbereiding, denk maar aan Spartacus in Limburg en de drie tramtracés in Vlaams-Brabant naar en rond de hoofdstad. Het is belangrijk dat men blijft investeren in alle mobiliteitsinfrastructuur, zowel in wegenprojecten als in nieuwe infrastructuur voor het openbaar vervoer.'

Elke straat?

‘Na het gratis openbaar vervoer heeft ook de basismobiliteit al een hele tijd haar grenzen bereikt’, vindt Vlaams parlementslid Lies Jans (N-VA). Die beide maatregelen zijn overigens paradepaardjes van toenmalig minister van Mobiliteit Steve Stevaert (SP.A). 

‘De N-VA is al jaren vragende partij om dit debat te voeren en keuzes te durven maken. Zeker in budgettair krappe tijden kun je je op zijn minst de vraag stellen of het nodig is dat elke straat in elke plattelandsgemeente een volwaardige bushalte en bediening heeft. Alternatieven zoals taxi’s zijn op zijn minst het onderzoeken waard.’ De N-VA vindt dat De Lijn de middelen en bussen vooral moet inzetten op lijnen die rendabel zijn.

Beleid faalt

Oppositiepartij Open VLD wil sleutelen aan het Vlaams decreet basismobiliteit waarop het aanbod van De Lijn gestoeld is. Zo willen de liberalen meer focus op school- en woonwerkverkeer. Inzetten op betalende reizigers kan immers de landelijke ontsluiting mogelijk houden, argumenteren ze. Meer overheidsgeld voor De Lijn wil Open VLD niet.

Voor parlementslid Marino Keulen bewijst het pleidooi van De Lijn-topman Roger Kesteloot dat het mobiliteitsbeleid van de Vlaamse regering faalt. 

De liberalen vinden dat De Lijn vooreerst moet inzetten op lijnen waar de vraag hoog is. School- en woonwerkverkeer dus, wat als voordeel heeft dat het om betalende reizigers gaat. Van het gratis vervoer voor 65-plussers willen ze af, al kunnen sommige sociale correcties nog wel.

Open VLD wil ook geen extra dotaties voor De Lijn, al moet de landelijke ontsluiting wel gevrijwaard blijven. 'Door in te zetten op betalende reizigers moet men middelen vinden om hier een aanbod te garanderen', aldus Keulen, die nog heil ziet in meer inspraak voor de lokale besturen.