Wat we zelf doen, trek je niet in twijfel
Foto: Joris Snaet
Dat Paul De Grauwe nog maar durfde te suggereren dat staatshervormingen weinig economisch nut hebben, kwam hem op heftige kritiek te staan. Het toont aan dat hij een geloofsovertuiging heeft geraakt, schrijft De Grauwe, en net die kun je beter aan kritische analyse onderwerpen.

Wie? Econoom, verbonden aan de London School of Economics.
Wat? Het doel van een ‘sterker Vlaanderen’ was toch een betere economie? Als dat niet gebeurt, moet je vragen durven stellen.

Mijn vingeroefening over staatshervormingen en economische groei heeft hevige emotionele reacties uitgelokt, vooral op de sociale media (DS 13 januari) . Mijn Twitteraccount werd gebombardeerd door afwijzende boodschappen, boordevol emoties. Die waren van tweeërlei aard. Eén, ik ben incompetent en seniel; tijd om met pensioen te gaan. Een iets zachtere versie van dat thema werd in de traditionele media geformuleerd: ik maak denkfouten. Ja, natuurlijk, op mijn leeftijd kan het niet anders dan dat het niet meer zo pluis zit in mijn brein.

Een tweede thema in de afwijzingsreacties was mijn kwade trouw. Ik ben uitverkocht aan Open VLD. Ben ik geen parlementslid van de VLD geweest? Ja, dus schuldig. Een echo van dat verwijt was ook te vinden in de opmerking van Ivan Van de Cloot, zowel op Facebook als in de traditionele media, dat mijn bijdrage verschenen was in een ‘verkiezingspamflet’ van Open VLD. Verdacht dus.

Tegenover zoveel emoties denk ik dat ik waarschijnlijk op de goede weg ben. De heftigheid van de afwijzing wijst erop dat ik geloofsovertuigingen heb geraakt. Ik doe niets liever dan religies aan kritische en feitelijke analyse te onderwerpen.

De ballast van de Walen

Maar nu ten gronde. Wat opvalt in de vele reacties is dat critici in mijn analyse dingen zien die er niet instaan. Wat staat er dan wel in? Hier is het. Men heeft ons in het verleden wijsgemaakt dat staatshervormingen noodzakelijk zijn, onder meer om Vlaanderen een nieuwe economische dynamiek te geven. Staatshervormingen zouden nieuwe hefbomen geven aan de Vlaamse regering. Die zou dan de ballast van de Walen van zich kunnen afschudden en Vlaanderen een nieuw economisch elan geven.

Ik kijk dan naar de cijfers van de economische groei in Vlaanderen en Wallonië en wat zie ik? Sinds de jaren tachtig, toen we bij haast elke nieuwe regering een staatshervorming doorvoerden, is de groei in Vlaanderen stelselmatig gedaald ten opzichte van Wallonië.

Ik constateer dus een contradictie tussen doelstelling en feiten. En dan concludeer ik dat er weinig evidentie bestaat dat die staatshervormingen een van hun doelstellingen, namelijk meer economische groei, hebben bereikt. Ik concludeer ook dat het bewijs dat staatshervormingen economische groei stimuleren nu moet geleverd worden door diegenen die ons dat hebben doen geloven, en door diegenen die dat nog altijd geloven en aansturen op nog meer staatshervorming.

Men verwijt mij dat ik dat bewijs niet lever. Ik had moeten onderzoeken wat er zou gebeurd zijn indien de staatshervormingen niet waren doorgevoerd. Want dan was de Vlaamse groei misschien nog lager geweest. Misschien. Misschien ook niet. Het bewijs dat staatshervormingen ertoe doen moet geleverd worden door diegenen die geloven dat Vlaamse regeringen beter zijn in het bevorderen van economische groei dan federale regeringen. Volgens sommigen maakte ik een denkfout door dat bewijs niet te leveren. Wie maakt hier denkfouten?

Mijn stuk had dus een heel beperkte opzet. Ik weet heus wel dat economische groei afhangt van veel factoren, en dat de impact van regeringen (regionale en federale) op economische groei heel beperkt is. Dat moet allemaal onderzocht worden. Dat is ook de correcte conclusie van Joep Konings (DS 14 januari) . Maar opnieuw, dat was niet de opzet van mijn analyse. Die was te wijzen op een contradictie tussen een geloofsovertuiging en de feiten. Hopelijk leidt dit tot meer onderzoek.

Enkele critici, onder wie Gert Peersman (DS 14 januari) , beweren dat het niet zinvol is om een verband te leggen tussen het groeiverschil Vlaanderen-Wallonië en staatshervorming. De relevante variabele is de Vlaamse groei, niet het verschil in groei. En de relevante vraag is dus wat de invloed van de staatshervormingen is geweest op de Vlaamse groei. Vermits De Grauwe die vraag niet stelt, is zijn analyse niet ernstig te nemen. Weg ermee.

Contradictie

Wel, De Grauwe heeft ook naar de groei van Vlaanderen en Wallonië afzonderlijk gekeken. En wat ziet hij? De Waalse groei is afgezien van grote cyclische bewegingen sinds 1980 stelselmatig laag gebleven (gemiddeld 1,6 procent per jaar). Er is geen trend te bespeuren, naar omhoog noch naar omlaag. Er is dus geen heropleving van de Waalse economie te ontwaren, zoals sommigen hebben laten uitschijnen. De groei van Vlaanderen daarentegen is sinds 1980 trendmatig gedaald en is nu sinds ongeveer tien jaar niet te onderscheiden van de lage Waalse groei.

Het maakt dus niet uit of ik naar het groeiverschil of gewoon naar de Vlaamse groei kijk. Die laatste is stelselmatig gedaald, ondanks zes staatshervormingen die steeds meer middelen en hefbomen hebben gegeven aan de Vlaamse overheid en die uitgingen van een geloofsovertuiging dat we wat we zelf doen, beter doen. Dezelfde contradictie blijft overeind. De contradictie tussen geloofsovertuiging en de feiten. Tijd dus om die geloofsovertuiging ter discussie te stellen.