Je kan weer reageren op de site. Maar is dat een goede zaak?
Sinds enige tijd zijn er weer meer mogelijkheden om te debatteren op de site. Tom Naegels juicht dat toe, al zijn verre van alle reacties constructief te noemen. En dus is modereren noodzakelijk.

Hoe staat het ondertussen met de reactiemogelijkheid voor lezers op De Standaard Online? De laatste keren dat ik erover schreef (4 juni en 18 september 2013) was die fors ingeperkt – eerst tot verdwijnens toe, daarna in sterk gereduceerde mate. Lezers die geregeld deelnamen aan die debatten ervoeren dat als censuur.

Dat is nu verbeterd, zie ik. Op het ogenblik dat ik dit schrijf, dinsdagmiddag, staan alle stukken waarvan je dat mag verwachten, open voor debat: het commentaarstuk van de hoofdredactie, het belangrijkste politieke nieuws van het moment (‘Aalsterse schepenen gaan in beroep tegen verwijdering uit SP.A’ en ‘Pensioenvoorstel ABVV afgeschoten’), de #DSDiscussie, alsook de opiniestukken over Brussel, de Antwerpse stadsontwikkeling, over de quenelle,... En aan de hoeveelheid reacties te zien, vinden de lezers hun weg terug.

Is dat een goede zaak? De pro’s en contra’s van lezersdebatten zijn ondertussen bekend. In hun voordeel spreekt dat lezers betrokken worden bij het nieuws, en dat die dat ook normaal zijn gaan vinden – een krant die aan eenrichtingsverkeer doet, komt elitair en archaïsch over. In hun nadeel speelt dat het humanistische ideaal van het respectvolle, rationele debat onder goed geïnformeerde burgers erg veraf blijkt. En modereren kost tijd en mankracht die er niet altijd zijn.

De regenboog-T-shirts

Het toeval wil dat het Steunpunt Media, het interuniversitaire expertisecentrum voor Vlaamse media, in december zijn Nieuwsmonitor (een periodiek rapport over een media-gerelateerd thema) publiceerde over de debatten op hln.be, Knack.be, dewereldmorgen.be en De Standaard Online. Er werden daarvoor 3.040 reacties geanalyseerd, die verschenen onder artikels over drie nieuwsonderwerpen: een politiek onderwerp dat de samenleving verdeelde (de regenboog-T-shirts aan het loket), een sociaaleconomisch thema (een stakingsdag bij het spoor) en een meer ‘neutraal’ cultureel thema (reclame doorspoelen op digitale tv).

De resultaten zijn niet zo hoopvol. Weliswaar vinden de onderzoekers dat de toon van de reacties doorgaans respectvol is (hoewel 24 procent nog steeds ‘expliciet respectloos’ wordt gevonden, en als je er ‘impliciet respectloos’ bijneemt, stijgt dat tot 52 procent) en dat ze ‘verrassend vaak’ (voor 70 procent) on topic blijven, toch is de algemene teneur negatief. Typische conclusies zijn: ‘Uit de resultaten blijkt dat discussies niet leiden tot een beargumenteerd debat.’ Of: ‘Maar liefst 70 procent van de interacties vertoont geen constructieve reactie.’ De debatten zijn ook eenzijdig: ‘In de discussies lijkt een van de twee kanten van het verhaal het steeds te halen op de andere.’ En als een thema politiek geladen is, stijgt het aandeel respectloze reacties sterk: terwijl 71 procent van de reacties onder de artikels over het doorspoelen van reclame respectvol was, daalde dat naar 45 procent voor de T-shirts en 39 procent voor de spoorstaking. (De Standaard doet het telkens enkele procentpunten beter.)

Laatdunkende mannen

Opmerkelijke vaststelling: er is een groot verschil tussen de sites van De Standaard en Knack enerzijds, en die van Het Laatste Nieuws anderzijds. En dat is niet het verschil dat je zou verwachten. Terwijl bijna alle reacties op die laatste site monologen waren (posts die niet reageren op iemand anders, en waar niemand anders op reageert), is er op de sites van Knack en deze krant interactie, een ‘echt’ debat, met meer diversiteit aan standpunten ook. Maar dat is zeker niet alleen maar positief te noemen. Daardoor wordt er immers ook veel meer ‘op de man’ gespeeld – bijna 40 procent van de reacties op De Standaard Online richt zich persoonlijk tegen andere deelnemers binnen de discussie. (Bij Knack is dat zelfs 50 procent.) Het risico op niet terzake doende reacties verhoogt: slechts de helft van de reacties op De Standaard Online was on topic, tegenover 70 procent bij hln.be. En meer interactie betekent ook meer terugkerende gebruikers, mensen die vaak reageren, wat goed klinkt, maar dat heeft dan weer als nadeel dat het aandeel mannen in die groep stijgt tot 74 procent (en bij zeer frequente zelfs een verbijsterende 81 procent), dat die vaker het been stijf houden, vaker laatdunkend doen en dat het totale aantal deelnemers in die discussies daalt. Frequente deelnemers jagen dus andere lezers weg.

Erg bemoedigend is dat allemaal niet. Zelf was ik blij dat er weer meer reactie mogelijk was. Ondanks mijn eerdere scepsis over de kwaliteit van de reacties, vond ik het vreemd en ongemakkelijk toen ze een halfjaar geleden ei zo na verdwenen bleken. Het hoort erbij, dat is me ondertussen wel duidelijk. En als ik de reacties die gisteren gepost zijn overloop, is mijn oordeel lang niet zo negatief als dat van de onderzoekers (al heb ik er natuurlijk geen 3.000 bekeken).

Het onderzoek biedt een aantal inzichten die misschien operationaliseerbaar uitvoerbaar zijn: hoe meer je inzet op rationele en beargumenteerde debatten, hoe minder open de discussie zal zijn; hoe meer discussie je stimuleert (tegenover een prikbord van aparte meningen), hoe sneller die off topic zal gaan; hoe meer je gebruikers stimuleert om frequent mee te debatteren, hoe kleiner je groep deelnemers zal worden… Maar heel praktisch toepasbaar is dat toch niet.

Ik denk dat het veiliger is om te accepteren dat (pro)actief modereren een van de vaste taken zal moeten zijn van een digitale redacteur, en geen klus die men erbij neemt als er toevallig tijd over is.