Koop die gevechtsvliegtuigen
De Belgische F-16’s zijn verouderd, over de vervanging ervan lopen de meningen sterk uiteen. Foto: Kurt Desplenter/belga

Ook Jonathan Holslag is de vredesidealen genegen, maar de realiteit is anders: de kans op gewapende conflicten de komende tien jaar is behoorlijk groot. En dus zou het gevaarlijk zijn ons daar niet tegen te verzekeren.

Wie? Docent internationale politiek (VUB).

Wat? Gevechtsvliegtuigen en fregatten zijn cruciaal in eender welk conflict. Laten we dan ook niet aarzelen met de aankoop ervan

Als Pieter De Crem stelt dat België best gevechtsvliegtuigen aankoopt, dan heeft hij gelijk. Helaas.

Je kunt discussiëren over het type, het aantal en mogelijke samenwerking met andere Europese lidstaten, maar het vertrekpunt van de discussie mag niet de politieke toekomst van de minister zijn en zelfs niet de rol van België binnen bepaalde partnerschappen. Het enige mogelijke uitgangspunt voor zo’n beslissing is de veiligheidssituatie rondom ons. Wie zegt dat gevechtsvliegtuigen niet nodig zijn omdat grote conflicten ons niet langer kunnen bedreigen, zet de veiligheid van de komende generaties op het spel.

Ik ben wellicht een van de weinige academici die vindt dat ons land een volwaardige krijgsmacht nodig heeft – mét gevechtsvliegtuigen, fregatten, mijnenjagers. Ik neem dat standpunt niet in uit sympathie voor onze minister, hoewel ik zijn hervormingen waardeer. Ik neem dat standpunt ook niet in omdat me dat wordt ingefluisterd door de Amerikanen. Als ik iets belangrijk vind, is het wel meer strategische afhankelijkheid ten opzichte van de VS. Ik neem dat standpunt ook niet in omdat ik militaristisch ben. In het verleden heb ik binnen de vredesbeweging zelfs nog meegeschreven aan pleidooien om de investeringen in defensie te beperken.

Gordel van onzekerheid

Ik zou trouwens niets liever willen dan dat de vredesidealen worden bewaarheid. Maar de laatste tien jaar is de internationale realiteit steeds verder van die idealen afgedreven. Als u mij nu zou vragen hoe waarschijnlijk gewapende conflicten de komende tien jaar zijn, dan zou het antwoord luiden: behoorlijk waarschijnlijk. De kans op een conflict tussen de Aziatische grootmachten is reëel en zal zich niet beperken tot het Verre Oosten. Ondanks de onderhandelingen met Iran is het lang niet zeker hoe de situatie in het Midden-Oosten zal evolueren, laat staan dat we kunnen uitgaan van vrede in Noord-Afrika of een ingetogen neergang van Rusland.

Wie het strategische landschap rondom ons reconstrueert, herkent in eerste instantie de twee grootmachten die de komende jaren verder zullen bikkelen om de invloed. Hoewel dat machtsspel zich voornamelijk zal voltrekken rondom de Stille Oceaan, zien we al de voortekenen van een overslag naar een tweede regio: de wig van ontbering die zich uitspreidt van Zuid-Azië tot de Afrikaanse Westkust. Die regio is al veel belangrijker voor ons. Zij loopt over in een lange gordel van onzekerheid, die zich uitstrekt van Gibraltar, via Noord-Afrika en de Levant tot aan Wit-Rusland. In die gordel zal Europa zich moeten meten met pivotstaten zoals Rusland, Iran, Saudi-Arabië en Turkije.

Als Europa denkt dat het zich zal kunnen wegsteken achter de Middellandse Zee en de lege vlaktes van Oost-Europa, dan denkt het verkeerd. Instabiliteit in onze omgeving mag dan vooral een bedreiging zijn voor de perifere lidstaten, maar die zijn allerminst een buffer voor de geopolitieke kern van Europa waartoe ook België behoort. Zolang er een risico bestaat op een verdere ontwrichting van de gordel van onzekerheid rondom Europa, met een hoogst onzekere Aziatische context die daarop inwerkt, behoeft de veiligheid van België de militaire capaciteit om de dreigingen in die zone mee te helpen reduceren. Dat doen we niet op met transportvliegtuigen en hospitaalschepen alleen.

Het is zonder meer correct dat militaire slagkracht in dat opzicht vooral de symptomen behandelt van decennia lang falen in het Europees buitenlandbeleid. Europa is schromelijk tekortgeschoten als betrouwbare speler in de regio, als handelspartner, als investeerder, als rolmodel, als medestander van hervormingsgezinden. Dat komt nu meer en meer tot uiting. Europa heeft eveneens zijn geloofwaardigheid verloren vanuit het perspectief van de regionale protagonisten en ook dat achtervolgt ons nu. Maar het gaat niet op te beweren dat het niet van tel is om ons te verdedigen tegen de mogelijke gevolgen van ons falen.

Grondtroepen

In eender welk conflict van hoge intensiteit, zijn systemen als gevechtsvliegtuigen en fregatten cruciaal. Maar ook grondtroepen blijven van groot belang. Zolang er geen duidelijk Europees defensiebeleid bestaat, kunnen we ons niet eenzijdig specialiseren in één van die capaciteiten. De Europese defensietop van volgende week zal een aantal kleine stapjes zetten in de richting van meer integratie, maar de weg naar takenverdeling en meer efficiëntie in de defensie-uitgaven is nog bijzonder lang. Als de stroeve Europese onderhandelingen één ding leren, dan is het dat we zelf opnieuw moeten leren inschatten hoe de wereld evolueert en wat onze belangen zijn. Ik zou bijvoorbeeld durven pleiten voor een ad hoc werkgroep internationale veiligheid in het parlement, die dat mee mogelijk maakt.

Hoe beperkter de financiële ruimte, hoe belangrijker dat we de internationale veiligheid goed inschatten, zeker ook omdat alle belangrijke defensieaankopen stilaan op een hoopje komen. Ik kan respect opbrengen voor politici die bepaalde investeringen niet zien zitten uit oprecht idealistische overwegingen, maar niet voor politici die kortzichtige besparingsdrift of profileringsdrang overgieten met een idealistisch sausje. Het zou van veel partijen trouwens bijzonder cynisch zijn om de jonge generaties eerst op te zadelen met een kreupele economie, om hen dan vervolgens ook een basisverzekering tegen belangrijke veiligheidsrisico’s te ontzeggen.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig