Wordt uw spaargeld zwaarder belast?
Minister van Financiën Koen Geens (CD&V) wil de regels aanscherpen zodat niemand nog de verschuldigde roerende voorheffing op het spaarboekje kan ontlopen. Wat is de impact van de maatregel?

Tot dusver is een deel van de opbrengsten van het spaargeld niet aan belastingen onderworpen. Voor dit jaar gaat het om 1.880 euro per persoon, of 3.760 euro per koppel. Dat bedrag wordt jaarlijks herberekend. Op het gedeelte van de renteopbrengsten van boven de 1.880 euro moet wel 15 procent roerende voorheffing worden betaald. Dat blijft ook zo.

In de praktijk is het momenteel echter onmogelijk te controleren of iemand meer inkomsten heeft en dus roerende voorheffing moet betalen. Want de banken moeten enkel hogere opbrengsten doorgeven aan de fiscus.

Wie meer dan 1.880 euro aan renteopbrengsten verwacht, kan er dus gemakkelijk voor zorgen dat de belastingsdienst hier geen zicht op heeft. Gewoon je spaargeld spreiden over meerdere banken zodat je nergens meer dan 1.880 euro intrest ontvangt, en de bank geeft niets door aan de belastingsdienst.

Een paar concrete voorbeelden:

  • Als u 10.000 euro hebt op een spaarboekje, met een rentevoet van 2 procent, dan krijgt u per jaar 200 euro rente. U betaalt daarop geen roerende voorheffing.
  •  Als u 100.000 euro hebt op een spaarboekje, met een rentevoet van 2 procent, dan krijgt u per jaar 2.000 euro rente. U betaalt roerende voorheffing op de schijf van boven de 1.880 euro. De roerende voorheffing van 15 procent op die 120 euro kost u dus 18 euro.
  • Als u 100.000 euro hebt, opgesplitst in twee spaarboekjes van 50.000 euro bij twee banken met elk een rentevoet van 2 procent, dan krijgt u per jaar 2.000 euro rente. Maar aangezien je bij elke bank maar 1.000 euro ontvangt, geven ze dit niet door aan de fiscus. U betaalt dan ook geen roerende voorheffing.

Dat laatste voorbeeld is het achterpoortje dat de minister dus wil sluiten. Banken zullen aan de fiscus moeten doorgeven hoeveel elk spaarboekje voor iedereen heeft opgebracht. De fiscus zal dus zelf eenvoudig de som kunnen maken van de verschillende opbrengsten van elke spaarder.

Daartegenover staat wel dat Geens voorstelt om de vrijstelling uit te breiden. Nu geldt die enkel voor spaarboekjes, maar niet voor bijvoorbeeld obligaties. Daar betaalt u wel 25 procent roerende voorheffing. In de nieuwe regeling kunt deze inkomsten samentellen met die uit het spaarboekje. Voor spaarders met een relatief klein vermogen kan dit een goed zaak zijn.

Voor wie echt niet wil dat de belastingsdienst weet hoeveel u ontvangen hebt is er een oplossing. U kunt dit weigeren, maar dat betekent dan dat u afziet van de vrijstelling. U betaalt dus vanaf de eerste euro opbrengst al meteen roerende voorheffing, maar in ruil blijft u wel anoniem.

Maar hoeveel zal de maatregel u in de praktijk kosten?

  • Voor wie in totaal minder dan 1.880 euro rente ontvangt vanop spaarboekjes en geen andere beleggingen heeft, maakt de nieuwe maatregel in de praktijk niets uit.
  • Voor wie minder dan 1.880 euro rente ontvangt vanop spaarboekjes, maar ook nog wat andere belegging heeft, kan er een voordeel zijn. Want de opbrengsten uit die andere beleggingen worden vrijgesteld tot de drempel van 1.880 euro bereikt is.
  • Voor wie meer dan 1.880 euro rente ontvangt vanop het spaarboekje maar alles bij een bank heeft staan, verandert er ook niets. Want u betaalt nu immers al roerende voorheffing.
  • Wie meer dan 1.880 rente ontvangt vanop het spaarboekje en dat momenteel spreidt over meerdere banken, zal ook wat meer moeten betalen. Die eerste 1.880 euro blijft vrijgesteld, maar daarna betaalt u op al uw opbrengsten roerende voorheffing. Voor wie op een tweede of derde spaarboekje 100.000 euro heeft staan tegen 2 procent zal op de 2.000 euro renteopbrengsten 15 procent of 300 euro roerende voorheffing betalen.