De verpakkingen van voedingswaren houden stof en water tegen, maar ze zijn doorlaatbaar voor sommige bestanddelen uit de inkt waarmee ze bedrukt zijn. 'En sommige daarvan zijn niet onschuldig', zegt Bruno De Meulenaar, professor in de vakgroep voedselveiligheid en -kwaliteit van de UGent, woensdag in De Standaard.

De inkt bestaat uit 6.000 tot 7.000 verschillende bestanddelen, waarvan een aantal het immuunsysteem verstoort of zelfs kanker kan uitlokken. Hoe veilig is onze voeding nog? Daarover beraden zich morgen Belgische en Nederlandse experts op een symposium in Breda.

Moeten we ons zorgen maken over de chocoladerepen?

'Sommige stoffen uit de inkt zijn zelfs al in heel kleine concentraties schadelijk voor de gezondheid, waardoor de inkt van een verpakking inderdaad schadelijk kan zijn voor de gezondheid', aldus De Meulenaer.

Worden voedingswaren niet gecontroleerd op die stoffen?

'Nee, er zijn geen wettelijke regels voor de bestanddelen die inkt van verpakkingen mag bevatten. Er zou een lijst moeten komen van stoffen die producenten wél in hun inkt mogen gebruiken. Hetzelfde zou ook voor de lijmen moeten gelden waarmee de verpakkingen dichtgeplakt worden.'

'Het probleem van de inkt en de lijmen wordt volgens mij onderschat. Anders dan bij plastics die in contact komen met voeding, zijn die stoffen een blinde vlek in de regelgeving.'

Plastics en weekmakers worden toch wel gezien als gezondheidsrisico's, ondanks het gebrek aan regelgeving?

'Inderdaad. Er zijn ook soms problemen met metalen potten en pannen die te veel zware metalen achterlaten in het voedsel. Maar er bestaan bij metaal en plastic tenminste regels over wat wel mag en wat niet.'

Wat kan de consument doen om zich te beschermen?

'Heel simpel: niet altijd de goedkoopste keukenspullen kopen. Hoe goedkoper het materiaal is, des te groter is de kans dat ze een risico zijn voor de gezondheid. Goede grondstoffen zijn nu eenmaal duur.'