De overlevenden van de tyfoon Haiyan likken hun wonden en bidden vandaag voor een beetje hoop. De Filipijnen staan voor een zware opdracht: het land heropbouwen na een storm die minstens 3.681 doden maakte. De VN waarschuwt dat mensen in afgelegen gebieden nog steeds dringend hulp nodig hebben.

In vernielde kerken komen Filipijnen samen om vandaag te zingen en te bidden. In de Santo Niño kerk bijvoorbeeld, in Tacloban, een van de zwaarst getroffen steden van het land. Rosario Capidos (55) was er ook bij. Ze weende en hield haar negenjarige kleinzoon Cyrich stevig vast.

Capidos zocht samen met negen familieleden toevlucht in haar huis toen Haiyan toesloeg op 8 november. Toen het water opkwam, heeft ze haar drie kleinkinderen op een plaat van piepschuim gelegd en naar een Chinese tempel gevoerd. Haar familie overleefde. ‘Ik ben God dankbaar dat ik een tweede kans heb gekregen.’

Massale hulpverlening komt de voorbije dagen goed op gang. Amerikaanse helikopters droppen voedselpakketten en medische teams op de verschillende eilanden. 

Landbouw

De VN waarschuwt toch voor gebrekkige informatie over de situatie in de bergachtige gebieden in het westen van het land. Daar zou nog 60 procent van de mensen voedsel en drinken nodig hebben. Maar er staat ook een humanitaire crisis voor de deur. Geschat wordt dat vier miljoen mensen zijn op de vlucht geslagen. Zeker een half miljoen huizen zijn beschadigd, de helft daarvan is helemaal vernield, volgens de Verenigde Naties.

1.186 mensen worden nog vermist, volgens nationale cijfers. Het officiële dodental is sinds vrijdag met zestig gestegen. De eerst geschatte 10.000 doden lijkt een overschatting van de VN. De overheid schat de schade aan infrastructuur en landbouw op 230 miljoen dollar. De VN vreest dat de economische en humanitaire kost nog zal stijgen als hulp voor de landbouwers niet op tijd komt voor het volgende plantseizoen in december en januari.