Verwar GGO-technologie niet met big business

Wie? Laureaat World Food Prize 2013 en oprichter van het Instituut voor Plantenbiotechnologie voor Ontwikkelingslanden in het VIB

Wat? Genetisch Gewijzigde Organismen (GGO) worden steevast gezien als synoniem met grootschalige industriële landbouw en belangen van multinationals. Dat klopt niet.

Beste collega De Cauter,

Ik lees veel woede in uw open brief  ‘Over wetenschap als heilsleer en duivelspact’ die u tot mij richtte in De Standaard (DS 5 juli). Sta mij toe om op een vriendelijke en open manier een weerwoord te geven.

GGO’s zijn meer dan patentenen multinationals alleen

Alle wilde plantensoorten en alle gewassen die de mens sedert het begin van de landbouw geselecteerd heeft, zijn inderdaad gemeengoed van de mensheid. Het zou onethisch zijn als planten zomaar kunnen gepatenteerd worden. In de Verenigde Staten kan dat, maar gelukkig niet in Europa en in vele andere landen.

Maar als er intensief geïnvesteerd is om een gewas te verbeteren, ligt het gemeengoed minder voor de hand. Wanneer plantenkwekers tijd en geld investeren om een verbeterde plant te ontwikkelen, willen ze hiervoor beloond worden (lees: een financiële return krijgen) zodra hun product op de markt komt.

Weinig mensen zijn ervan op de hoogte dat veredelaars van niet-GGO-gewassen hun planten ook beschermen. Ze doen dit door het kwekersrecht aan te vragen. Dat geeft kwekers de intellectuele eigendom van hun plant, waardoor ze concurrenten kunnen verhinderen om deze plant zonder toelating (lees: zonder een financiële return) op de markt te brengen. Dit geldt voor alle niet-GGO-zaden en -pootgoed.

Voor bepaalde gewassen zoals aardappelen mogen de landbouwers de oogst van de beschermde niet-GGO-landbouwgewassen niet gebruiken als zaai- of pootgoed voor het volgende jaar zonder de veredelaar daarvoor te vergoeden. Ik verwijs hiervoor graag naar een recent persbericht rond de dagvaarding van landbouwers die geen vergoeding betaald hadden voor het gebruik van eigen vermeerderde ‘gewone’ aardappelen’. Het feit dat zaaizaad en pootgoed geen gemeengoed is, heeft dus niets te maken met GGO-gewassen.

Het klopt dat de kenmerken die via de GGO-technologie in gewassen gebracht zijn en die vandaag op grote schaal geteeld worden, beschermd zijn door patenten. Die bescherming geldt voor 20 jaar.

Volgend jaar verloopt het laatste van de Amerikaanse patenten die Roundup Ready soja beschermen en waarschijnlijk zullen kleine en middelgrote ondernemingen generische producten op de markt brengen waardoor de dominantie van de grote multinationals voor dit product zal verkleinen.

Bovendien worden patenten slechts aangevraagd in de belangrijkste industrielanden. De insect-resistente katoen die geteeld wordt in Burkina Faso is bijvoorbeeld niet beschermd door een patent. Recent heeft Bangladesh de teelt van de insect-resistente GGO-aubergine goedgekeurd. Als die (waarschijnlijk volgend jaar) op de markt komt, zal dat zonder patent zijn. In Hawaii wordt sinds 1998 de virusresistente GGO-papaja geteeld. Die is ontwikkeld door de universiteiten van Cornell en van Hawaii en alle rechten zijn overgedragen aan een lokale papaja-boerenorganisatie.

Het debat is dus veel meer genuanceerd dan sommigen het laten uitschijnen. Door ongenuanceerd te berichten over GGO-gewassen, brengen zij ook publieke initiatieven voor kleinschalige landbouw in gevaar.

Het voedselprobleem

Er wordt vandaag dan misschien wel voldoende voedsel in de wereld geproduceerd, toch lijden meer dan 800 miljoen mensen chronisch honger (dat wil zeggen: meer dan 1 jaar hongersnood). Dit is een multifactorieel probleem dat niet zomaar is op te lossen. Als geboren en getogen socialist kook ik ook van woede om zoveel onrecht.

Eén mogelijk middel in de strijd tegen honger is mensen middelen te geven om zich beter te beschermen tegen het mislukken van hun oogst. Met plantenbiotechnologie kunnen we gewassen ontwikkelen die minder vatbaar zijn voor ziekten, die minder gevoelig zijn aan droogte of die meer opbrengen. Dit kan voedselproblemen ter plaatse helpen oplossen.

Velen denken dat GGO’s alleen geschikt zijn voor grootschalige landbouw. Niets is minder waar. GGO’s zijn geen landbouwmodel. Het is een technologie. GGO’s gaan de monocultuur inderdaad niet verminderen maar ze zijn er evenmin de oorzaak van. Ze kunnen er echter wel voor zorgen dat de grootschalige landbouw minder milieuvervuilend wordt. Waarom deze kans laten liggen?

Gebruik correcte argumenten

Uw strijd en die van mevrouw Barbara Van Dyck tegen globalisatie, grootschalige industriële landbouw en multinationals verdient om gehoord en besproken te worden. Maar probeer niet om uw punt te maken met verkeerde informatie en op de kap van een veilige technologie die de landbouw en de maatschappij grote diensten kan bewijzen en nu al bewijst. Het is buitengewoon jammer dat steeds dezelfde verhalen zoals de zelfmoorden in India naar boven gehaald worden, terwijl die al zo vaak ontkracht zijn.

De landbouw en de mensen in hongersnood zijn niet gebaat bij een tweestrijd. U en de actiecomités die u steunt ijveren voor agro-ecologische oplossingen. Plantwetenschappers zien bijkomende mogelijkheden door planten genetisch aan te passen aan hun leefmilieu. Geef landbouwers de mogelijkheid om te kiezen welke methoden ze willen gebruiken.

Mijn hoop is dat alle technologieën gebruikt worden in een geïntegreerd landbouwmodel. De landbouwkundige uitdagingen zijn enorm maar als we de beste conventionele, agro-ecologische en biotechnologische inzichten gebruiken, kunnen we de wereld blijven voorzien van plantaardige producten en dit op een duurzame manier.