Arctic Monkeys schittert in Vorst Nationaal
Foto: GOEDEFROIT MUSIC

Waar zijn die schuchtere puistenkoppen uit High Green, Sheffield naartoe, vroegen we ons af nadat Alex Turner met de flair van een onwezenlijk coole dandy een log ‘Do I wanna know?’ uit zijn Teddy boy-coupe krulde. Zwarte blazer en cowboyshirt met silver lining, de 27-jarige rocker vonkte als een jonge Johnny Cash en Hamburg-John Lennon in één.

Arctic Monkeys is tegenwoordig getaand in LA, de glitz en glam van de City of Lights hebben zich in hun hebben en houden geëtst - modellen aan hun arm en ronkende motoren onder hun kont. Achter hen herrees AM, de titel van hun vijfde, succulente album, als glimmende Hollywood-letters. Maar dat ze hun roots niet willen ontgroeien, illustreerde het cijfer 0114 op de basdrum van de lenige Matt Helders - het kengetal van Sheffield.

De messscherpe punkpop van toen ze nog broekjes waren stak enkele malen de kop op in Vorst met vurige versies van ‘Brianstorm’ en ‘Dancing shoes’, maar het was de sexy swagger die ze sinds hun derde album Humbug zijn gaan uitspelen die zijn stempel drukte. Een loodzware bas van ‘Don’t sit down ‘cause I’ve moved your chair’ kronkelde verleidelijk rond bluesy stonerrifs, tot de song openbarstte met aanstekelijke oe-oe’s. In ‘I want it all’ strooide gitarist Jamie Cook smeuïge Cream-riffs waar het smeer van afdroop.

De achteloze onstuimigheid van hun begindagen hebben de Monkeys vakkundig uit hun vacht geborsteld met uitgebeende gitaren en dikke, lome beats. In ‘Arabella’ legde een hiphopbeat uit de koker van Dr Dre het aan met een riff die zo uit Black Sabbaths ‘War pigs’ leek ontsnapt. Het met geinige r&b-falsetten opgepookte ‘Why’d you only call me when you’re high?’ sloop als een zwarte panter door de zaal.

Het opgewonden publiek smulde, zong zich de ziel uit het lijf, reikte de handen naar de hemel en twijfelde tussen slowen en crowdsurfen.

‘This one’s for all the ladies!’ wierp Alex Turner zijn vrouwelijke aanhang toe toen de band ‘I bet you look good on the dancefloor’ inzette. Vergeet het ironische gemompel van weleer, Turner heeft zich omgeschoold tot volleerde ladies man. Gitaar aan de kant, hipshake hier, wuifhandje daar, voet op de monitor, kammetje door het haar en opgeilen maar. Toen zijn silhouet zich aftekende tegen de spots in ‘Pretty visitors’ ontwaarden we de nieuwe messias van de rock. Nick Cave mag beginnen uitkijken!

Vorige week nog moesten de Monkeys een paar concerten cancellen, omdat Alex Turner kampte met laryngitis. Daar bleek geen spoor meer van, tenzij dat de stem nog een paar octaven leek gezakt.

De charismatische frontman ontpopte zich tot dodelijk sexy crooner toen tedere akoestische gitaren werden omgegord voor full moon fever-versies van ‘No. 1 party anthem’ en ‘Piledriver waltz’. Die ingetogen passages zorgden voor wat verkoeling bij de opgehitste menigte.

Arctic Monkeys is zowat de enige survivor van de gitaarbands die midden jaren 2000 de kop opstaken. Terecht, met hun schrandere, gebalde popsongs kroonden de Monkeys zich in Vorst tot de spannendste rockact van het moment. ‘Are you mine tomorrow? Or just mine tonight?’ verzocht Turner zijn Brusselse aanhang in het furieuze slotakkoord. De vraag stellen is ze beantwoorden.