De twee rechters van de correctionele rechtbank van Dendermonde tegen wie een verzoekschrift tot wraking werd ingediend in het proces tegen de leden van de extreem-rechtse groepering BBET (Bloed, Bodem, Eer en Trouw), moeten niet vervangen worden. Dat heeft het Gentse hof van beroep donderdagnamiddag beslist. Volgens de verdediging konden de twee bijzitters niet meer onpartijdig oordelen.

Het gerecht rolde BBET in september 2006 op. Bij huiszoekingen in de legerkazernes van onder meer Leopoldsburg en Kleine Brogel en op 18 privéadressen werden honderden wapens in beslag genomen. Zeventien beklaagden moeten zich verantwoorden voor onder meer terrorisme, bendevorming en wapenbezit. Vier verdachten worden beschouwd als de leiders van een criminele organisatie en terroristische groepering.

Twee jaar vertraging

Door een procedure voor het Grondwettelijk Hof en een zieke rechter liep het proces al meer dan twee jaar vertraging op. Begin oktober zou het proces echt starten, maar Frank Scheerlinck, de advocaat van beklaagde Stijn V.M., diende meteen een verzoekschrift tot wraking in tegen de twee bijzitters van de correctionele rechtbank. Volgens de verdediging kunnen de bijzitters niet meer onpartijdig oordelen, omdat ze zouden aangegeven hebben dat ze schrik hebben van de beklaagden.

De twee bijzitters zouden voor de start van het proces in Dendermonde aan de media gevraagd hebben om niet herkenbaar in beeld te worden gebracht. Volgens het openbaar ministerie gebeurde dat echter niet ’uit angst voor represailles’, zoals een verslaggever had gesteld. Het Gentse hof van beroep oordeelde donderdag dat de twee rechters zich niet moeten terugtrekken. Het proces tegen BBET wordt voortgezet op 11 december.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig