New York Times op bezoek bij Belgische ontwerper
Bij Michaël Verheyden thuis Foto: Alexandre Guirkinger

The New York Times is fan van de Limburgse ontwerper Michaël Verheyden en ging op bezoek in diens woning slash atelier in Genk, om de eerste interieuraccessoires van de voormalige handtassenontwerper onder de loep te nemen.

Ondanks het feit dat Martin Margiela er werd geboren en Raf Simons er design studeerde, is Genk niet de meest voor de hand liggende plaats voor een high-end design studio, aldus de journalist van The New York Times die naar Limburg reisde om de woning en zelf ontworpen meubels en interieurspullen van Michaël Verheyden van naderbij te bekijken.

Verheyden stopte vorig jaar met het ontwerpen van handtassen, om zich toe te leggen op interieurspullen. De dalende verkoop van de ledercollectie en de stijging van de verkoop van interieuraccessoires inspireerden hem tot deze carrièreswitch. De eerste spullen ontwierp hij samen met zijn vrouw voor hun eigen woning, omdat na het bouwen weinig budget overbleef voor decoratie.

‘Mijn vrouw en ik zijn vrij kieskeurig en niet snel tevreden met de spullen die we vonden. Dus we dachten, als we het zelf ontwerpen en het laten produceren door kennissen, kunnen we de perfecte stukken hebben zonder toegevingen’, aldus Verheyden in het artikel dat verscheen in het magazine van The New York Times.

Journalist Tom Delavan toont zich alvast fan. ‘Verheyden creëert voorwerpen die getuigen van een sublieme schoonheid en opmerkelijke spirituele kracht’, klinkt het. Verheyden zelf hoopt dat mensen 'vertragen’ wanneer ze zijn spullen gebruiken. ‘We leven vandaag met een heel hoge snelheid. Om dat te kunnen, moeten we af en toe vertragen, eigen rituelen creëren en opnieuw grond onder onze voeten voelen.’