Industrie pleit voor energienorm
Foto: BELGA

Er moet naar analogie met de loonnorm ook een energienorm komen die de energiekost voor industriële verbruikers binnen de perken houdt. Dat bepleit Febeliec, de federatie van industriële grootverbruikers.

Het pleidooi past volgens de werkgeversorganisatie in het debat rond industriële relance. “Competitiviteit is zowel een zaak van loonkost als van energiekost. Voor de industrie is energie één van de belangrijkste kostenposten, in sommige gevallen zelfs 60 à 70 procent van de totale kostenstructuur”, illustreerde Febeliec-voorzitter Luc Sterckx.

Terwijl de marktprijs voor elektriciteit in België competitief is, is de energiefactuur voor ondernemingen recent wel sterk gestegen. Volgens consultant Deloitte betaalden de Belgische bedrijven vorig jaar tussen de 12 en 45 procent meer dan het gemiddelde in de drie buurlanden. De verklaring ligt bij de hogere distributietarieven en taksen, op hun beurt een gevolg van de gulle subsidieregeling voor groene energie. “De basisprijs van elektriciteit is geen probleem, we pleiten dus zeker niet voor maximumprijzen”, aldus Sterckx. Maar volgens hem zijn de meerkosten “geëxplodeerd”, en moet de overheid hier ingrijpen. Zeker omdat de kostenhandicap in de toekomst nog verder zal toenemen.

“De steunmechanismen voor offshore-windenergie zullen tegen 2020, bij ongewijzigd beleid, 700 à 800 miljoen euro per jaar kosten. Voor een bedrijf als BASF in Antwerpen betekent dat een meerkost van ruim 25 miljoen euro per jaar, tegen 6 miljoen vandaag”, illustreerde de topman van de chemiefabriek, Wouter De Geest maandag. Het probleem is dat de steunmechanismen puur lineair worden doorgeschoven én dat ze geen rekening houden met de technologische vooruitgang. Volgens hem moet er een degressieve regeling komen, die de bedrijven die voor de meerkost opdraaien ook nog eens zekerheid geeft op lange termijn. “Niet alleen de offshore-industrie, ook wij hebben nood aan een blik op de toekomst”.

Door een energienorm in te voeren naar analogie met de loonnorm, kan de prijsevolutie in ons land afgetoetst worden aan het gemiddelde in Duitsland, Nederland en Frankrijk. Volgens Febeliec kan best een onafhankelijke instantie de prijsevolutie opvolgen. Indien de Belgische prijzen de pan uitswingen, moeten er maatregelen worden genomen, luidde het.

De huidige voorstellen van de regering om de BTW op energie te verlagen, kan dan weer op weinig bijval rekenen bij de industriële grootverbruikers. Voor bedrijven is betaalde BTW immers een aftrekpost. “Dit toont wel aan dat er nog marge is binnen de begroting. Waarom zou men de kleinverbruiker dan bevoordelen ten opzichte van de industrie, in het kader van het relancebeleid? “.