ACV: ‘Loopbaanbeleid moet werkbaarheid centraal stellen’
Foto: Lisa Van Damme; LVD

De groei van de werkbaarheidsgraad in Vlaanderen is bijna helemaal stilgevallen. Een kleine helft van de werknemers heeft problemen met een of meerdere werkbaarheidsknelpunten. Dit is bijzonder slecht nieuws voor de betrokken werknemers. Maar ook voor de doelstelling van een hogere werkzaamheid en langer werken, zo reageert het ACV, dat enkel een oplossing ziet in een loopbaanmodel dat werkbaarheid centraal stelt.

Uit de jongste Werkbaarheidsmonitor van de SERV, het overlegorgaan van de sociale partners, blijkt dat het aantal werkbare jobs in Vlaanderen stagneert. Waar de werkbaarheidsgraad tussen 2004 en 2010 nog steeg van 52,3 naar 54,3 procent, blijft het percentage in 2013 hangen op 54,6.

‘Een en ander ziet er dus niet goed uit voor de (andere) Pact-doelstelling over een hogere werkzaamheid en langere loopbanen. Langer doorwerken zal immers alleen maar lukken als het ook haalbaar is voor de werknemers, op een werkplek die hen gezond houdt, hun competenties versterkt en combineerbaar is met hun gezins- en zorgverantwoordelijkheden’, zo klinkt het bij het ACV.

De Vlaamse vakbond steekt de hand uit naar werkgeversorganisaties, bedrijfsleiders en andere vakbonden om in sectoren en ondernemingen een loopbaanmodel dat werkbaarheid centraal stelt om te zetten in concrete actieplannen en maatregelen voor lerende en leefbare loopbanen.

Volgens het ACV kan door het vroegtijdig detecteren van knelpunten in het werkvermogen, via gerichte vorming, jobaanpassingen en ander individueel maatwerk vermeden worden dat mensen moeten afhaken of uitvallen.

‘Investeren in ergonomie van werkposten, stresspreventie, planmatig opleidingsbeleid en gezinsvriendelijke werktijdregelingen; kortom investeren in werkbare jobs garandeert dat het werkvermogen en de inzetbaarheid van werknemers ook op lange termijn op peil blijft’, aldus het ACV.