Weg met de woonbonus
Gert Peersman Foto: Geertje De Waegeneer

Het is een door vastgoedmakelaars veel gebruikte verkooptruc: het advies dat het ideaal is om je een woonst aan te schaffen wanneer de rentevoeten laag zijn, omdat je dan in staat bent om meer te lenen met een bepaalde maandelijkse aflossing. Met het hogere budget kan je misschien zelfs een mooiere woning bekomen dan je eerst in gedachten had!

Dit is een wijsheid die thuishoort in de fabeltjeskrant. Je bent immers niet de enige die dan over een hoger budget beschikt. Ook andere kopers die uit zijn op dezelfde woningen beschikken door de lagere rente over een dikkere portemonnee, waardoor ze meer geld op tafel kunnen leggen. Het resultaat is simpelweg een opbod, waardoor het extra budget zich integraal vertaalt in hogere vastgoedprijzen. Als koper kom je geen stap verder. Je hebt voor dezelfde woning alleen maar een hoger bedrag betaald. En de vastgoedmakelaar passeert langs de kassa.

Exact hetzelfde principe geldt voor de zogenoemde woonbonus. De woonbonus is een bedrag dat je jaarlijks van je belastingen mag aftrekken als je een lening voor een eigen woning afsluit. Voor een doorsneegezin betekent dit al gauw een stijging van het aankoopbudget met ongeveer 30.000 euro. Omdat er nu eenmaal meerdere gezinnen zijn die zich op dezelfde woningmarkt begeven en gebruik kunnen maken van dit belastingvoordeel, is het enige resultaat ervan dat de vastgoedprijzen evenredig stijgen.

Voor de koper levert de woonbonus dus niets op. Het maakt een eigen woonst helemaal niet betaalbaarder. De winnaars zijn makelaars, banken, grootgrondbezitters en vastgoedeigenaars die panden verhuren. De verliezers zijn huurders, omdat hogere vastgoedprijzen zich ook vertalen in hogere huurprijzen. En uiteraard is de belastingbetaler de dupe, omdat de woonbonus een krater slaat in de begroting. In essentie komt het systeem neer op een subsidie van de overheid aan (grote) vermogenden. Een bizarre situatie in tijden dat er wordt gesproken over vermogensbelastingen.

Politici proberen krampachtig het aantal huiseigenaars op te krikken omdat een eigen stulp zou beschermen tegen armoede en een spaarpot zou vormen voor de oude dag. Bij deze redenering worden oorzaak en gevolg al te makkelijk omgedraaid. Het niet bezitten van een eigen woonst is in praktijk niet de oorzaak van armoede, maar eerder het gevolg. Uit recent onderzoek blijkt zelfs dat hoe meer mensen in een regio of land eigenaar zijn van hun woning, hoe hoger de werkloosheid er een aantal jaar later is. Een te hoge proportie van huiseigenaars vermindert immers de mobiliteit en flexibiliteit van werknemers, leidt tot dure verkeerscongestie, langere (onproductieve) pendeltijden, en zelfs minder bedrijfsinvesteringen in een regio. In Spanje is bijvoorbeeld 80 procent eigenaar van zijn woning. De werkloosheid is er meer dan 20 procent. In Zwitserland bezit slechts 30 procent een eigen woning, terwijl de werkloosheid er nauwelijks 3 procent bedraagt en de armoede er veel lager is. In de Verenigde Staten leidt een toename van het aantal huiseigenaars in een regio met 1 procent op termijn tot een toename van de werkloosheid met meer dan 1 procent.

Eigen woningbezit aanmoedigen heeft bovendien tot gevolg dat te veel mensen zich in een avontuur storten waarvoor ze eigenlijk niet de financiële draagkracht hebben, met alle gevolgen vandien wanneer de huizenmarkt instort, zoals het geval was in de Verenigde Staten of Spanje, en nu in Nederland. Zowel economisch en sociaal is het beter om de woonbonus de komende jaren af te bouwen en uiteindelijk af te schaffen. Het is een instrument met alleen maar nare bijwerkingen.

Als politici de mensen willen beschermen tegen armoede op hun oude dag, is het veel efficiënter om alternatieve manieren van pensioensparen fiscaal aan te moedigen. Het voordeel daarvan is dat men later in het leven ook makkelijker toegang heeft tot de bijeengespaarde middelen. Een gepensioneerde huiseigenaar kan immers moeilijk maandelijks een deel van zijn stenen verkopen om het inkomen aan te vullen. Wat ben je met een appeltje voor de dorst als je er niet in kunt bijten zonder het hele huis te moeten verkopen?