De demonen van Stephen King
Jack Nicholson in de verfilming van The Shining Foto: *

Op 24 september ligt het langverwachte vervolg op Stephen Kings ‘The Shining’ in de boekenwinkels. Doctor Sleep, heet die. King is bijzonder zenuwachtig voor de recensies, liet hij aan BBC News weten.

Sequilitis, zo noemt King de oorzaak van zijn angst. Elk vervolg op een succesverhaal, zoals The Shining, kampt immers met ‘de grote vergelijking’. Is de sequel wel zo goed als de eerste? Hoe beter het origineel, hoe sterker het vergrootglas. King verwacht dat 95% van de recensies Doctor Sleep zullen beoordelen door het boek te vergelijken met The Shining. Zelf denkt hij dat zijn schrijfstijl verbeterd is. The Shining schreef hij op 28-jarige leeftijd, nu is hij 65. ‘Liefst van al wil ik dat mensen het nieuwe boek beter vinden.’

Doctor Sleep gaat verder op het verhaal van Jacks zoon. Dan, een jongen met speciale krachten, is het enige personage dat het eerste boek overleeft. Nu hij een man geworden is, kampt hij met dezelfde demon als zijn vader: drank. Verder passeren er nog heel wat freaks, zoals Rose, een schoonheid met kwade bijbedoelingen en Abra, een meisje met paranormale krachten. De Amerikaanse krant The New York Times noemt de verhaallijn alvast origineel genoeg om uit de schaduw van zijn voorganger te treden.

Maar King had zelf ook demonen te confronteren bij het schrijven van Doctor Sleep. Zijn geheugen laat hem regelmatig in de steek, deels door zijn eigen problematische geschiedenis met drank. Daarom checkte zijn assistent alle verwijzingen naar het eerste boek.

Een tweede probleem is de verfilming van regisseur Stanley Kubrick, met Jack Nicholson in de hoofdrol. Die is minstens even populair als het boek, en ligt daarom stevig vast in het collectieve geheugen. Dat terwijl King helemaal niet zo’n fan is van Kubricks filmversie van zijn klassieker.