Een 34-jarige man die ontslagen werd als manager bij een fitnesszaak in Aarschot, beweert dat hij moest opstappen omdat zijn jongste kind een handicap heeft. De man zou daardoor ‘onvoldoende gemotiveerd’ geweest zijn. De dertiger stapte naar de arbeidsrechtbank en eist negen maanden loon, een eindejaarspremie en 6.200 euro schadevergoeding van zijn voormalige werkgever.

De man uit Scherpenheuvel-Zichem begon in 2003 als arbeider te werken voor de fitnesszaak in Aarschot. In januari 2010 kreeg hij het statuut van bediende en werd hij als manager verantwoordelijk voor de abonnementenverkoop in de zaak.

In juni 2010 werd de man voor de derde keer vader. Het meisje bleek een handicap te hebben door een chromosomale afwijking. Op 27 oktober 2010 speelde de man in een mail open kaart naar zijn vrienden en werkgever toe. Daags nadien werd hij ontslagen op zijn werk. Zijn laatste werkdag was in juli 2011.

‘Onvoldoende gemotiveerd’

Tijdens de opzegperiode zou de baas van de man mondeling verklaard hebben dat hij door de handicap van zijn kind niet voldoende gemotiveerd meer was. Dat was dan ook de reden voor het ontslag. De man schakelde daarop het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding in.

Zijn advocaat vroeg donderdag voor de Leuvense arbeidsrechtbank negen maanden loon, een eindejaarspremie en schadevergoeding van de fitnesszaak.

‘Het is duidelijk dat hij werd ontslagen door zijn melding. Zijn ontslag werd niet gemotiveerd. Zo maakt zijn werkgever het zich moeilijk. Pas nadien werd gemeld dat hij niet voldeed als manager, nochtans kreeg hij tijdens de voorafgaande maanden nog bonussen’, aldus de advocaat.

‘Ongelukkige samenloop van omstandigheden’

De raadsman van de fitnesszaak verklaarde dat het ontslag op die datum viel door een ongelukkige samenloop van omstandigheden. ‘De man verklaarde zelf in een mail dat het minder ging de maanden voordien. Hij kon zichzelf onvoldoende motiveren in zijn functie. Ik wijs zijn vorderingen af’, klonk het.

Het openbaar ministerie zal schriftelijk advies geven in deze zaak tegen 10 oktober, alle partijen krijgen tot 14 november de tijd om te reageren. Een maand later wordt het vonnis verwacht.