Vroege leven bepaalt ontwikkeling astma en allergieën

Steeds meer mensen hebben last van astma en allergieën. Erfelijkheid speelt daarbij een belangrijke rol, maar minstens even belangrijk zijn de omgevingsfactoren. Dat blijkt uit onderzoek aan de Universiteit Antwerpen.

De socio-economische status van de ouders, de voedingskeuze, het antibioticagebruik en de longfunctie spelen een belangrijke rol. Het effect van de omgevingsfactoren op het ziekterisico hangt af van de aanleg van het kind, zijn of haar familiale voorgeschiedenis en het tijdstip van de blootstelling.

Uit de studie blijkt dat kinderen van ouders met een hoge socio-economische status meer aanleg hebben voor overgevoeligheid dan kinderen van ouders met een lage socio-economische status. Levensomstandigheden kunnen het immuunsysteem beïnvloeden. Als je op jonge leeftijd vaker bent blootgesteld aan infecties, zal je immuunsysteem zich aanpassen en wordt de kans op astma en allergieën kleiner.

Kinderen die geen aanleg hebben voor allergieën, maar toch een piepende ademhaling vertonen, komen dan weer vaker voor bij ouders met een lage socio-economische status. Blootstelling aan tabaksrook en een lager geboortegewicht komen meer voor bij lagere socio-economische klassen en kunnen dit veroorzaken.

Borstvoeding blijkt geen grote invloed te hebben op het voorkomen van allergieën. De invloed van borstvoeding op de ontwikkeling van eczeem bleek wel afhankelijk te zijn van de overgevoeligheid van de ouders. Vooral wanneer ouders aanleg hebben voor allergieën, werkt borstvoeding eerder beschermend voor eczeem. Ook bij een vroege eerste blootstelling aan bijvoeding, speelt de allergische status van de ouders een rol: vooral bij kinderen met allergische ouders verlaagt dit het risico op eczeem.

Indirect antibioticagebruik, tijdens de zwangerschap en via borstvoeding, verhoogt het risico op allergie, terwijl een directe blootstelling aan antibiotica beschermend werkt. Het verschil is dat direct antibioticagebruik, in tegenstelling tot indirect antibioticagebruik, vooraf gegaan wordt door een infectie bij het kind. Aangezien verschillende studies hebben aangetoond dat infecties kunnen beschermen tegen allergieën, is het mogelijk dat het immuunsysteem reeds voldoende gestimuleerd is op het ogenblik dat het kind een antibioticum toegediend krijgt.

De longfunctie en een piepende ademhaling staan bij kinderen met elkaar in verband staan. Kinderen die blijvend last hadden van ademhalingsklachten, hadden een slechtere longfunctie dan kinderen die nooit of alleen op zeer jonge leeftijd ademhalingsproblemen vertoonden.De longfunctie bleek slechter te zijn bij kinderen die lageluchtweginfecties hebben doorgemaakt, kinderen die antilichamen vormen tegen inhalatieallergenen (huisstofmijt, kat, hond, gras- en boompollen), en kinderen met een kleinere gestalte.