De rozengeur van de gekleurde school
‘Als je een sociale mix wil in de samenleving, zijn scholen de enige weg daar naartoe.’ Foto: An Nelissen

De drempel om kinderen naar een ‘gekleurde’ school te laten gaan, blijft voor ‘witte’ ouders erg hoog. Dat heeft in veel gevallen met vooringenomenheid te maken en angst voor het ongewisse. Kwinten Stevens ondervindt een gunstige impact als weifelende ouders begeleid worden.

Eindelijk, iemand heeft het durven zeggen: het is niet allemaal rozengeur en maneschijn in concentratiescholen. In deze krant vertelde Katleen Van Langendonck over het wedervaren van haar kinderen in een Brusselse concentratieschool (‘De desillusie van de gekleurde school’, DS 4 september). Ze besloot haar zoon er weg te halen. Ik begrijp die reactie. En toch wil ik reageren, want haar verhaal stelt twee vragen scherp: kunnen concentratiescholen goede scholen zijn voor kansrijke kinderen en zijn gemengde scholen nog wel wenselijk als er zoveel problemen mee zijn? Mijn antwoord is tweemaal kort: ja.

1. Bieden concentratiescholen goed onderwijs? Daar bestaat twijfel over. Althans in het hart van veel jonge ouders die voor een schoolkeuze staan. In wetenschappelijke kringen is die discussie al lang gevoerd. In veelvoud is bewezen dat kinderen, ook kansrijke kinderen, in een concentratieschool gemiddeld even veel bijleren als in een ‘gewone’ school. Van Langendonck had dan ook geen klachten over de kwaliteit. Het ging haar om de sociale aspecten, wat kinderen van elkaar leren en welke slechte gewoontes en ideeën zij van elkaar overnemen. Ik geloof dat zoiets in elke school kan. Ook in een ‘witte’ school kun je in een klas terechtkomen waar geen studiementaliteit heerst of waar gepest wordt. Dan is het aan de school om in te grijpen. En soms lukt dat niet. Ik vrees dat Van Langendonck gewoon pech had met de klas waarin haar zoon zat. Dat is niet eigen aan concentratiescholen.

2. Is een sociale mix in scholen wenselijk? De onderliggende vraag is eigenlijk: willen we sociale mix in onze samenleving? Luidt het antwoord daarop ‘ja’, dan zijn gemengde scholen de enige weg daar naartoe. Gescheiden scholen bereiden hun leerlingen niet voor op een gemengde samenleving. Zij zijn een voorafspiegeling van een gescheiden samenleving. Ze tonen aan kansarme kinderen dat ze blijkbaar anders zijn dan andere kinderen, want ze zitten al vanaf de kleuterklas in aparte scholen. En ze bevestigen de thuissituatie van deze kinderen als norm. De school van Van Langendonck is daar een goede illustratie van. Want een klas zoals zij ze beschrijft, waarin werkloosheid de normale thuissituatie is, ontneemt aan leerlingen een toekomstperspectief dat in onze samenleving normaal is.

Help ouders over de drempel

Op naar meer gemengde scholen dus. Maar hoe bereik je dat en hoe maak je er een succesverhaal van? Het inschrijvingsdecreet is een stap in de goede richting. Dat bepaalt dat alle scholen plaatsen moeten vrijhouden voor kansrijke kinderen en voor kansarme kinderen. Het aantal plaatsen voor elke groep hangt af van de samenstelling van de buurt.

Maar zo’n decreet kan nooit volstaan. Er is vooral begeleiding nodig van kansrijke ouders, over de drempel van een concentratieschool heen. Want als zij niet overtuigd zijn van de kwaliteit van een school, als zij bang zijn dat hun kind zich ‘alleen’ of ‘anders’ zal voelen, dan zoeken ze elders een school. Dat kunnen ze, want ze zijn mobiel.

Onze ervaring met het project ‘School in zicht’ is dat zelfs volledige concentratiescholen kansrijke ouders kunnen overtuigen van hun kwaliteit. De angst dat hun kind een uitzondering zal zijn op school kan worden weggenomen door hen samen te brengen. Dat verlaagt ook de kans dat ze nadien nog van school veranderen. Zo blijft de school gemengd. En dat komt in de eerste plaats kansarme leerlingen ten goede.


Kwinten Stevens werkt voor ‘School in zicht’, een project dat concentratiescholen tegengaat: afgelopen schooljaar actief in Kiel, Hoboken, Lokeren en Genk.