Internationale commentatoren overtuigd dat Obama ingrijpt
Een VN-expert op onderzoek in het Syrische Ghouta, waar woensdag chemische wapens werden ingezet. Foto: Reuters
De internationale kranten zijn ervan overtuigd dat de Amerikaanse president Obama een militaire interventie plant in Syrië. Hij zal dan wel veel steun nodig hebben van een brede coalitie van landen. In een gezamenlijk optreden van de VN, geloven ze niet.

The New York Times 

Volgens The New York Times is er weinig twijfel dat president Obama een militaire reactie plant op de aanval met chemische wapens. Volgens zijn administratie is het zeker dat het Syrische leger hiervoor verantwoordelijk is. Obama heeft eerder gezegd dat met het gebruik van chemische wapens voor hem een ‘rode lijn’ is overschreden. Presidenten maken er best geen gewoonte van openlijk ‘rode lijnen’ te trekken, maar als ze het doen, dan moeten ze er ook naar handelen. 

De president moet er voor zorgen dat hij zijn interventie op wettelijke gronden kan verdedigen. De kans is groot dat hij, net zoals in 1999 in Kosovo, een ad-hoccoalitie samenbrengt met het doel de Syrische burgers te beschermen tegen aanvallen met chemische wapens. Landen als Turkije en Jordanië kunnen het argument van zelfverdediging inroepen omdat zij ook het slachtoffer kunnen worden van Syrische chemische wapens.

Maar Obama heeft meer nodig. Hij moet de sterke steun hebben van de Arabische Liga en de Europese Unie, en meer landen dan Turkije, Groot-Brittannië en Frankrijk moeten aansluiten.
En als de Amerikaanse president militair reageert, moet hij specifieke doelen raken die chemische wapens hebben ingezet. Dat zal niet makkelijk zijn. De bedoeling is dat hij president Assad straft omdat hij zijn bevolking afslacht met chemische wapens, niet dat hij in een nieuwe burgeroorlog terecht komt.

Frankfurter Allgemeine Zeitung

Klaus-Dieter Frankenberger, hoofdredacteur Buitenland van de Duitse krant Frankfurter Allgemeine Zeitung, becommentarieert de veranderende positie van de Duitse regering over een militair ingrijpen in Syrië. Terwijl Angela Merkel steevast pleitte voor een diplomatieke oplossing, lijkt ze sinds de gifgasaanval van woensdag aan voorzichtigheid in te boeten. Zo verklaarde de woorvoerder van de bondskanselier voor het eerst dat, als de VN voldoende bewijzen verzamelen om het gebruik van chemische wapens te staven, 'het Syrische regime moet worden bestraft'.

Volgens Frankenberger vormt die uitspraak een opvallende wending in de houding van Duitsland, dat zich steevast tegen een militair ingrijpen kantte. Hij vraagt zich wel af, als Syrië inderdaad moet worden gestraft, zoals de woordvoerder dat betoogde: 'Door wie dan wel?'

Frankenberger hecht geloof aan de optie van een 'coalition of the willing', waarbij de VS, Frankrijk en Groot-Brittannië een interventie leiden, zonder mandaat van de VN. Hij verwijst daarbij naar de oorlog in Irak, maar merkt op dat het draagvlak voor een interventie ditmaal groter is. 'Toen was er een erg kleine legitimiteitsbasis voor de inval. Dat is nu anders.'

Waarom lijkt Duitsland het nu over een andere boeg te zullen gooien? Frankenberger denkt dat die beslissing te maken heeft met de interventie in Libië in 2011. Toen onthield Duitsland zich bij de stemming in de Veiligheidsraad, net als China en Rusland, toen werd beslist een no-flyzone in te stellen over Libië. Duitsland leek zich daarmee danig te isoleren van haar traditionele westerse bondgenoten. Ditmaal, schrijft Frankenberger, wil Duitsland wel degelijk aan de 'goede kant' staan, al doet het dat nog altijd het liefst zonder militair ingrijpen.

Le Monde

In de Franse krant Le Monde verdedigt journaliste Natalie Nougayrède de reactie van Laurent Fabius, Frans minister van Buitenlandse Zaken, die verklaarde dat 'het nodig is vastberaden en koelbloedig te reageren'. Hij zei dat er verschillende opties op tafel liggen en er snel een beslissing zal vallen. 'De enige optie die niet tot de mogelijkheden behoort, is niets doen,' klonk het.

Nougayrède verwijst naar het Verdrag Chemische Wapens, dat in 1993 werd ondertekend in het Zwitserse Genève. Ze herinnert eraan dat Frankrijk, onder leiding van toenmalig president François Mittérand, 'een belangrijke rol' speelde in de onderhandelingen van het akkoord. Bovendien was Frankrijk nauw betrokken bij het Protocol van Genève, dat in 1925 het gebruik van chemische wapens verbood.

'Het uitblijven van een reactie op de chemische aanval in Syrië zou betekenen dat we dergelijke wreedheid op wereldwijde schaal toelaten,' betoogt Nougayrède. 'De situatie zou niet meer te overzien zijn. Elke tiran zou naar chemische wapens kunnen grijpen, in de veronderstelling dat hij er mee kan wegkomen.' Daarbij verwijst ze openlijk naar Iran en Noord-Korea.

De journaliste maakt verder de vergelijking met het bloedbad in Srebrenica en de militaire interventie in Kosovo, die zonder VN-mandaat gebeurde. Ze waarschuwt echter wel dat de westerse machten, indien wordt beslist om in te grijpen, de zekerheid moeten geven aan de rest van de wereld dat ze dit doen uit reactie op het massale geweld door het regime van Assad, en niet omdat ze een regime dat hen niet langer bevalt willen omverwerpen.

De vermoedelijke gifgasaanval was 'één oorlogsmisdaad te veel', klinkt het tenslotte. 'Dit vraagt om een helder en vastberaden antwoord.'
 

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig