Excessen in de City: 'We werkten zó veel, dat ik op vrijdag echt misselijk was'
De City of London. Foto: reuters
Extreme werkuren zijn schering en inslag in de City, het financiële hart van Londen. Dinsdag stierf een stagiair van een investeringsbank nadat hij drie nachten tot zes uur ‘s ochtends doorgewerkt had. De Nederlandse journalist Joris Luyendijk tekende in zijn column heel wat andere voorbeelden van de helse arbeidsomstandigheden in de Britse bankensector op.

Afvalrace 

Luyendijk sprak onder meer met Aisha, die in de City werkte. Zij heeft het over werkweken van vijftien uur per dag. Nog erger: je moest permanent beschikbaar zijn en wist nooit of je weekend of vakantie op het laatste moment niet zou worden geannuleerd. Haar ouders kwamen over uit Azië, en ze zag ze nauwelijks, want ze moest alleen maar werken. Dat was voor haar het breekpunt.

Het is een afvalrace, zegt ze, en de mensen die overblijven worden gekenmerkt door maximaal uithoudingsvermogen, gehoorzaamheid en monomanie.


Ik werd er misselijk van


Een ander voorbeeld was een vrouw van eind 30 die bij een handvol topzakenbanken had gewerkt, en toen een tijd bij een hedgefund (een soort beleggingsfonds). 'In mijn eerste jaren als junior moest ik er om 6.55 uur in de ochtend zijn, en werkte ik soms door tot twee uur ’s ochtends. En ook in die gevallen moest je de volgende dag er weer om vijf voor zeven zijn. Een keertje kwam ik om vijf over zeven binnen, na zo’n nacht tot twee uur, en werd ik uitgescholden. We werkten zó veel, dat ik op vrijdag echt misselijk was. Dan sliep ik het hele weekend.'


Haaien


'Ik ben het type dat graag zwemt tussen de haaien en dan kijken of je overleeft, of je dat in je hebt', vertelde een zakenbankier aan Luyendijk. Zakenbankiers deden hem denken aan de commando’s tijdens zijn diensttijd, de elite eenheid waar hij door een lullige blessure niet bij mocht. 'Vergelijk het leven van een huisdier met een dier in het wild. Een huisdier heeft veel minder stress en is vast een stuk gelukkiger. Toch ben ik liever een dier in het wild.'


All-nighter


Vanessa (niet haar echte naam) liep twee stages bij een zakenbank. 'Als student sliep ik acht uur per nacht. Bizar hoe snel dingen wennen. Ik heb mijn dips, meestal rond een uur of vier, maar ik rooi het. Ik begin om een uur of negen en werk tot middernacht, hoewel drie uur ’s nachts geen uitzondering is. Als ik een paar dagen voor twaalven thuis ben, denk ik nu: niet slecht. Zelfde als ik een heel weekend niet heb hoeven werken.'

Vanessa was heel dankbaar dat ze niet bij ‘consumenten' zat. ‘Die gaan echt standaard door tot drie uur 's ochtends, plus alle weekends. Soms wel tot zeven uur 's ochtends. Dan gaan ze thuis douchen en zich verschonen – je wil niet laten merken dat je een all-nighter hebt gedraaid. Als er geen werk is, mogen ze dan slapen tot twaalf uur 's middags of zo. Maar anders moeten ze meteen terug naar kantoor.'


In een taxi naar huis


'Als zakenbankier werk je extreem veel, omgeven door mensen die hetzelfde doen, en die je vrienden worden', zegt ex-bankier Will Martindale. 'Je hebt eenzelfde inkomen, eet in dezelfde soort restaurants, gaat op dezelfde vakanties, woont in dezelfde soort huizen en je ontwikkelt dezelfde hobby’s en liefhebberijen. Zo krijg je een behoorlijk vertekend beeld van de rest van de wereld en waar gewone mensen mee worstelen. Het punt is dat je die gewone mensen nooit meer ziet, omdat je in alle vroegte naar je werk gaat en meestal pas rond middernacht naar huis gaat – in een taxi betaald door de bank.'


Graveyard shift


Luyendijk sprak ook met een vrouw die vijf jaar lang voor een zakenbank had gewerkt. Ze zat op de ‘graveyard shift’, letterlijk kerkhofdienst, van middernacht tot acht uur ’s ochtends, donderdag tot en met zondag. Met haar team deed ze de lay-out voor zakenbankiers. Ze veranderde aangeleverde cijfers en tekst in glanzende ‘pitch-books’ waarmee de zakenbankiers weer naar klanten gingen. De graveyard shift was bijna altijd superdruk met deadlines van dertig minuten tot een paar uur.

Het was de hel, zegt ze, en het kostte haar jaren om erboven op te komen. 'Uren achtereen stonden er mensen in je oren te schreeuwen. Bij fouten werd je vernederd. We mochten om de twee uur vijf minuten naar de wc. Pauzes bestonden niet.'

Waarom bleef ze zolang? 'Het geld', zegt ze.


NFC


Beursmakelaars zijn zonder overdrijving ook fonteinen van seksisme, racisme en homohaat, schrijft Luyendijk. Je hebt op de werkvloer wat Britten banter noemen. Dat is letterlijk ‘dollen’ of ‘plagen’. Luyendijk sprak een vrouw bij een ‘brokerage’ die als voorbeeld van banter gaf:

'Ik werkte daar al maanden en om de zoveel tijd hoorde ik allerlei mannelijke collega’s opeens ‘NFC! NFC!’ scanderen. Ik veronderstelde dat het een complex financieel product was, zoals CDO, of misschien een beursgenoteerd bedrijf? Bleek dat ze het riepen wanneer er een vrouw met een donkere huid de beursvloer op liep. Het stond voor No Foreign Cunt' – oftewel Geen Buitenlandse Kut.


Die jongens toch


Dat er seksisme heerst op het beursmakelaarskantoor, blijkt ook uit volgende anecdote van ‘George’. ‘De beursmakelaars, allemaal mannen, zitten op een rij naast elkaar. Op de rij erachter zitten de ‘compliance’ mensen van intern toezicht – velen van hen zijn vrouw. Soms staat een makelaar opeens op met in zijn hand een tijdschrift of tabloid met een foto van een mooie vrouw. Hij roept: ‘Neuken? Afschieten? Of trouwen?’ De andere makelaars schreeuwen hun oordeel, terwijl de vrouwen op de tweede rij het voorval weglachen: ach ja, die jongens toch.'

 

Joris Luyendijk is een Nederlandse journalist. Elke donderdag verkent hij voor De Standaard als niet-ingewijde de financiële wereld van de Londense City. Ook te volgen via www.facebook.com/JLbankingblog of op Twitter: @JLbankingblog.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig