Zege ligt vast, nu strategie nog
Carl De Keyzer, Antwerpen linkeroever, 2013. Foto: Magnum/Carl De Keyzer

Het zou al heel raar moeten lopen als de N-VA niet winnend uit de moeder aller verkiezingen kwam. Maar wat wil ze met die overwinning aanvangen, vraagt Bart Sturtewagen zich af.

In geen enkele peiling heeft de N-VA de jongste drie jaar lager gescoord dan haar riante verkiezingsoverwinning van 2010. Bovendien is de afstand tussen de partij van Bart De Wever en de drie traditionele partijen zo groot dat de koers van mei 2014 gelopen lijkt alvorens het startschot heeft geklonken. Des te merkwaardiger is het dat de N-VA tot dusver nog niets heeft voorgesteld dat op een strategie lijkt.

Onderdelen van de boodschap zijn bekend: Bart De Wever zal opnieuw het boegbeeld van de campagne zijn. Hij heeft wel herhaaldelijk benadrukt dat hij burgemeester van Antwerpen wil blijven. De partij wil niet alleen op het Vlaamse, maar ook op het federale vlak meespelen. Ze wil geen zevende staatshervorming want dat leidt slechts tot een maandenlange uitputtingsslag en geen toonbaar resultaat.

Daarom schuift ze artikel 35 van de grondwet naar voren. Daarin staat dat alle bevoegdheden bij de deelstaten komen te liggen, behalve degene die uitdrukkelijk aan het federale niveau worden toegekend. In haar ogen moet dat laatste overigens het confederale niveau worden genoemd. De precieze invulling van dat begrip komt er pas begin volgend jaar. Alleen staat vast dat de N-VA Brussel niet loslaat in haar queeste om Vlaanderen autonoom te maken binnen een sterker Europa. Dit zijn herkenbare bouwstenen. Maar wat is het bouwplan?

Verraad afgestraft

De kiezer zal beslissen of De Wever Antwerpen moet verlaten. Bij een overtuigend plebisciet wordt alles anders. Bart Maddens, politoloog aan de KU Leuven, stelt wel dat de N-VA en Vlaams Belang samen de helft plus 1 van de zetels in het Vlaams Parlement moeten halen om te voorkomen dat er een meerderheid zonder de N-VA wordt gevormd. Maar het is niet daar dat die kwestie wordt beslecht, wel op het federale niveau.

De eerste vraag die op 25 mei volgend jaar moet worden opgelost is: worden de drie traditionele partijen politiek afgestraft voor hun ‘verraad’? Ze hebben in 2011 immers beslist het Vlaamse front te doorbreken en zonder de N-VA de regering-Di Rupo te vormen. Ze kunnen niet anders dan die keuze verdedigen en vurig het beste verhopen van enig economisch herstel. Intussen moeten ze wel een onpopulair begrotingsbeleid voeren.

De meest voor de hand liggende hypothese is dat Di Rupo I wordt gevolgd door Di Rupo II. De peilingen spreken ze voorlopig niet tegen. Het ware niet onlogisch om de Vlaamse regering dezelfde samenstelling te geven als de federale gezien het vele werk dat nog te wachten ligt aangaande de invulling van de zesde staatshervorming, met haar bevoegdheidsoverdrachten en personeelsverschuivingen. Maar dat betekent nog niet automatisch dat de N-VA op alle niveaus in de oppositie belandt als dat politiek-mathematisch niet onmogelijk is geworden. Als een federale regering niet snel wordt gevormd, zal het Vlaamse niveau niet wachten om zich te organiseren.

Dat brengt ons bij de personenkwestie. Het viel op dat Bart De Wever ter gelegenheid van 11 juli in De Ochtend niet wilde neergezet worden als de uitdager van Kris Peeters, de Vlaamse minister-president. Daar schuilt allicht tactiek achter, want in die rol zou hij na de verkiezingen haast verplicht zijn het minister-presidentschap op zich te nemen. Maar hij duidde het inhoudelijk: te veel gemeenschappelijke ideeën om elkaar te bestrijden.

Oud-collega Hugo De Ridder, nog steeds een scherp waarnemer van de politiek, stelde in Humo dat Peeters niet bij voorbaat geklopt is in een krachtmeting met De Wever in de provincie Antwerpen. Nu de Senaat niet meer rechtstreeks wordt verkozen, is er immers geen Vlaamse kieskring meer, behalve voor de Europese verkiezingen. Het lijkt een boude voorspelling. De eerste vraag is echter of de botsing er wel komt.

Regering De Wever-Reynders

Als De Wever een lijst trekt, is het meer voor de hand liggend dat het die voor de federale Kamer wordt. Als hij de definitieve hervorming op basis van artikel 35 ambieert, moet hij de vorming van een federale regering zonder de N-VA verhinderen. Dat kan alleen door de Vlaamse federale coalitiepartijen zodanig te marginaliseren dat ze het gewoon niet meer kunnen maken verder met Di Rupo te regeren ook al is een meerderheid aan Vlaamse zijde geen wettelijke vereiste. Niet kandideren voor de federale Kamer zou het signaal zijn dat de N-VA-voorzitter zich aansluit bij de stelling dat met de geplande staatshervorming het zwaartepunt definitief naar de deelstaten is verlegd.

CD&V heeft Peeters wel als boegbeeld naar voren geschoven voor de moeder aller verkiezingen, maar hij moet zijn beleid verdedigen als kandidaat voor de Vlaamse verkiezingen en niet als federale uitdager van Di Rupo. Dat laatste zou, in zijn geval, op vaandelvlucht lijken. Ook al is het al eerder vertoond.

Wat het ook wordt, de echte uitdaging ligt elders. Wat wil de N-VA aanvangen met een overwinning in de federale verkiezingen? Volstaat het voor haar om Di Rupo te kunnen vervangen door een anti-belastingregering, ook zonder communautair programma? Het antwoord daarop is van groter belang dan de invulling die het N-VA-congres aan het containerbegrip confederalisme wil geven.

Het dilemma is fundamenteel. Een regering De Wever-Reynders zou immers aantonen dat er in België een rechtser sociaal-economisch beleid kan worden gevoerd. Dat beleid is wat de meeste van haar kiezers willen. Maar de onhaalbaarheid daarvan binnen België is tot nader order het handelsfonds van de N-VA. Wat wordt het? Hoe groter de winst van de N-VA, hoe moeilijker ze die keuze nog kan ontlopen.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig