Voor het eerst kiezen meer vrouwen dan mannen voor een vrij beroep. Na de (para)medische beroepen kleuren nu ook beroepen als advocaat steeds vrouwelijker.

Vorig jaar zijn er 13.287 vrouwen begonnen in een vrij beroep, tegen 12.713 mannen. Dat geeft op 26.000 starters een verhouding 51,1 procent vrouwen tegen 48,9 procent mannen.

Dat blijkt uit berekeningen van de Federatie van Vrije en Intellectuele Beroepen, die gelieerd is met Unizo, en van de ondernemersfederatie NSZ. Ze baseren zich daarvoor op de pas vrijgegeven jaarcijfers over 2012 van de socialezekerheidsdienst voor zelfstandigen (RSVZ).

Het is de allereerste keer dat op jaarbasis meer vrouwen dan mannen aan de slag zijn gegaan in een vrij beroep. Maar het is niet de eerste keer dat de vervrouwelijking van de vrije beroepen zichtbaar wordt. In de voorbije tien jaar kwamen er 50.672 vrouwen bij in een vrij beroep, tegen 51.961 mannen.

Dat was al langere tijd duidelijk in de (para)medische beroepen, zeg maar de beroepsgroep van arts tot verpleegkundige. Daar zijn de vrouwen ruim in de meerderheid, met 72 procent. Maar volgens de recentste cijfers naderen ze nu ook de pariteit met de mannen in intellectuele beroepen als advocaat en vertaler-tolk.

Zelfs in 'mannenbastions' als het beroep van gerechtsdeurwaarder of van notaris is er een grote toename van het aantal vrouwelijke starters.